Datum uitspraak: 18-09-2014
Nummer uitspraak: 106093
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Klagers geven aan dat hun dochter al geruime tijd werd gepest en dat de school daar onvoldoende tegen heeft ondernomen. Het pesten gebeurde vooral door één medeleerling; ook de moeder van die medeleerling, tevens overblijfouder, heeft zich onheus uitgelaten tegen de dochter van klagers. Klagers hebben uitgesproken dat zij geen vertrouwen meer hebben in de school, hetgeen heeft geleid tot verwijdering van school van hun dochter. Plaatsing op een andere school bleek niet mogelijk omdat de school selectief informatie had verstrekt. Tijdens een schorsing van de dochter heeft de school volgens klagers onvoldoende onderwijs geboden.
De Commissie gaat ervan uit dat de meisjes in de groep regelmatig ongewenst gedrag naar elkaar vertoonden. Uit het logboek van de school en uit de uitgewisselde e-mails blijkt dat de problemen steeds de aandacht van de directie hebben gehad, dat de kinderen zijn aangesproken op ongewenst gedrag en dat de moeder van de medeleerling is aangesproken. Daarmee heeft verweerster adequaat gereageerd op de voorvallen.
Van verweerster mocht worden verwacht dat zij bij het voeren van deze gesprekken geen onnodig negatief beeld van klagers of hun dochter zou schetsen. Het is niet gebleken dat verweerster deze zorgvuldigheid niet in acht heeft genomen.
De gang van zaken rondom het afnemen van de Cito-toets en het tijdig kunnen beschikken over de uitslag daarvan had mogelijk zorgvuldiger plaats kunnen vinden. De omissie van verweerster is niet zo ernstig dat de klacht gegrond zou moeten worden verklaard. Klacht ongegrond.