Datum uitspraak: 18-12-2020
Nummer uitspraak: 109604
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Voortgezet onderwijs
Samenvatting 

Situatie
Een leerling zit in 2018 en 2019 op een reguliere school voor voortgezet onderwijs, terwijl het samenwerkingsverband wel een toelaatbaarheidsverklaring (tlv) heeft afgegeven voor het voortgezet speciaal onderwijs (vso). De vader wil liever dat zijn dochter onderwijs volgt binnen het vso. Vanaf januari 2020 staat de leerling onder behandeling in de jeugdpsychiatrie. Sindsdien staat de leerling ook ingeschreven op een vso-school. Volgens de vader had het samenwerkingsverband zijn dochter van meet af aan moeten geleiden naar de juiste onderwijsplek.
De vader van de leerling dient op 3 december 2020 een klacht in over de handelswijze van het samenwerkingsverband.
Een voorzitter van de Commissie verklaart de klacht kennelijk niet-ontvankelijk omdat deze te laat is ingediend. Tegen deze beslissing heeft de vader bezwaar gemaakt. 

Beslissing van de Voorzitter
Het bezwaar van de vader tegen de kennelijk niet-ontvankelijkheidsbeslissing is ongegrond.

Toelichting
De Commissie hanteert een verjaringstermijn van een jaar. De vader heeft de klacht ingediend op 3 december 2020, dus hij had in beginsel een klacht kunnen indienen over gebeurtenissen die vanaf 3 december 2019 zijn voorgevallen. Zijn klacht heeft betrekking op de handelwijze van het samenwerkingsverband tussen 2017 en oktober 2019. De klacht is dus buiten de verjaringstermijn ingediend. De door de vader gegeven argumenten waardoor de klacht wel ontvankelijk zou moeten zijn, acht de Voorzitter niet steekhoudend. Bovendien heeft de rechtbank in 2018 geoordeeld dat het regulier onderwijs (destijds) een passende onderwijsplek was voor de dochter. De Commissie gaat een toetsing die door de rechtbank is gedaan niet overdoen.