Datum uitspraak: 10-02-2014
Nummer uitspraak: 106019
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Op grond van het vaststaande omschreven gedrag heeft de conrector in redelijkheid kunnen besluiten tot het nemen van de interne schorsingsmaatregel. De conrector heeft het schorsingsbesluit genomen, nadat zij de leerling had gehoord over het incident. Vervolgens heeft zij klagers telefonisch ingelicht en hen uitgenodigd voor een gesprek. Daarmee is voldaan aan de procedurele regels die gelden bij het opleggen van een schorsing. De rector was de aangewezen persoon om het bezwaarschrift inzake de schorsing in behandeling te nemen. Daarna is de schoolleiding steeds bereid geweest om het gesprek aan te gaan over het bezwaar/de klacht. Ook het bevoegd gezag heeft die bereidheid getoond in het vervolgtraject. De Commissie concludeert dat de afhandeling van het bezwaar/de klacht op zowel school- als bestuursniveau zorgvuldig is geweest. De klachtenregeling voldoet aan de wettelijke eisen: er is beschreven wie er kan klagen, waarover geklaagd kan worden, over wie geklaagd kan worden en op welke wijze en door wie klachten behandeld kunnen worden. Volgens de klachtenregeling mag het bevoegd gezag of de klachtencommissie de klacht behandelen. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen wie namens hem de klacht afhandelt. De klacht over de klachtenregeling is ongegrond. De klacht dat de bestuursstructuur van het bevoegd gezag geen duidelijkheid verstrekt over wie verantwoordelijk is voor het functioneren van de schoolleiding, is ongegrond omdat duidelijk is dat het bestuur van de stichting verantwoording moet afleggen aan de RvT en dat het bestuur eindverantwoordelijk is voor het functioneren van de schoolmedewerkers. De Commissie doet aanbevelingen aangaande bekendmaking van klachtenregeling, regeling beroep en bezwaar, procedure schorsing en verwijdering en directiestatuten.