Datum uitspraak: 04-04-2012
Nummer uitspraak: 105333
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Een directeur klaagt over wijze waarop het bevoegd gezag de procedure voor het benoemen van een directeur van de fusieschool heeft ingericht en uitgevoerd. De LKC is ingesteld op grond van de zogeheten Kwaliteitswet 1998. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het klachtrecht een instrument is om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Dat brengt met zich mee dat een bij de LKC ingediende klacht in beginsel betrekking zal moeten hebben op kwaliteitsaspecten van het onderwijs als zodanig. Uit de wetsgeschiedenis blijkt voorts dat het klachtrecht niet als juridisch instrument wordt beschouwd en dat klachtencommissies als de LKC niet dezelfde functie behoeven te vervullen als geschillen-, bezwaar- of beroepscommissies. Gelet hierop hebben de op een school werkzame personeelsleden een klachtrecht, namelijk indien en voor zover de kwaliteit van het onderwijs in het geding is. Daaronder kan eventueel de bejegening van de op een school werkzame personeelsleden vallen. Indien een klacht voornamelijk betrekking heeft op rechtspositionele aangelegenheden anders dan ter zake van bejegening of kwesties die het onderwijs raken, is er echter voor de LKC geen taak weggelegd. 
De klacht heeft primair betrekking op de wijze waarop een selectieprocedure voor de directie van een fusieschool is verlopen. De klacht bevat geen directie raakvlakken met de kwaliteit van het onderwijs als zodanig of met aspecten van bejegening. De gevolgen van deze procedure zijn niet gelijk te stellen aan bejegening verband houdend met de kwaliteit van het onderwijs. Klacht niet-ontvankelijk.