Datum uitspraak: 24-06-2014
Nummer uitspraak: 106210
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Een ouder klaagt erover dat de school lopende het schooljaar een nieuwe lesmethode heeft ingevoerd die negatieve gevolgen voor haar dochter heeft. Daarnaast klaagt zij dat de adjunct-directeur en de voorzitter van het College van Bestuur haar klachten niet zorgvuldig hebben behandeld. Leerlingen zullen korte of langere tijd moeten wennen aan een wijziging van een onderwijsmethode. Het maakt daarbij niet veel uit of de methode nu aan het begin van een schooljaar wordt ingevoerd of lopende het schooljaar. Zeker in kleutergroepen, waar leerlingen het gehele jaar instromen, is niet een duidelijke scheidslijn te trekken wanneer een nieuwe methode het meest soepel kan worden ingevoerd. De keuze van de lesmethode behoort tot de vrije beleidsvrijheid van een school. Een klacht hierover is in beginsel alleen gegrond als de beslissing over de lesmethode kennelijk onredelijk is of als aan de procedure die heeft geleid tot de wijziging ernstige gebreken kleven. Daar is in deze klacht niet van gebleken. De klacht is ongegrond. Vast staat dat klaagster in het gesprek met de adjunct-directeur al snel heeft gemeld haar kinderen van school te zullen halen als de school haar beleid niet wijzigde. Het is begrijpelijk dat verweerder de kritiek op het schoolbeleid en het van school halen van de kinderen heeft gevoeld als een dreigement en drukmiddel. De Commissie ziet geen reden waarom verweerder dat gevoel niet zou mogen uiten tegen klaagster. Dat hij dat op een onzorgvuldige manier heeft gedaan, is niet gebleken. Het is verder niet gebleken dat verweerders in de behandeling van de klacht klaagster niet serieus hebben genomen. De klacht is ongegrond.