Datum uitspraak: 24-03-2010
Nummer uitspraak: 104398
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

In verband met een vacante functie van directeur was er een benoemingsadviescommissie (A) ingesteld om het College van Bestuur te adviseren over de nieuw aan te stellen directeur. Klaagster, reeds werkzaam op de betreffende school, was geïnteresseerd in die functie en wilde gaan solliciteren. Naar het oordeel van de Commissie moet er een zeer goede reden zijn om in te grijpen in een bestaande selectieprocedure. Wordt tot ingrijpen besloten dan moet er zorgvuldig gehandeld worden. Dat is niet gebeurd. Zonder nader onderzoek te verrichten heeft de bovenschools manager, nog voordat de A aan de slag was gegaan, klaagster laten weten dat het team geen vertrouwen in haar had als directeur. Daarbij zijn de redenen die het team had, genoemd. Het verslag van het gesprek is ten onrechte in het personeelsdossier opgenomen. Over de problemen die waren ontstaan wilde klaagster met het College van Bestuur praten. Het College van Bestuur is op dat verzoek niet ingegaan omdat er geen verschil van mening bestond over de rechtspositie van klaagster. Klaagster was benoemd als adjunct-directeur/IB'er en daarin was geen verandering gekomen. Het getuigt naar het oordeel van de Commissie van een wel zeer formele opstelling om op grond daarvan niet in te willen gaan op de verzoeken van (de gemachtigde van) klaagster om in gesprek te gaan, ook al waren die verzoeken soms erg scherp geformuleerd en zwaar aangezet. De klacht is gegrond.