Datum uitspraak: 02-02-2012
Nummer uitspraak: 104851
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Werknemer, medewerker Contractbureau, betwist de noodzaak tot ontslag niet, maar is het op morele gronden niet eens met het ontslag en hij voert aan dat het ontslag hem financieel en emotioneel hard treft. Het door de werkgever gehanteerde Sociaal Plan Educatie alsmede de afvloeiingsregeling zijn overeengekomen met de vakcentrales en geaccordeerd door de MR, en zijn ook in overeenstemming met het bepaalde in artikel G-4 CAO-BVE. Aangezien de werknemer op grond van zijn plaats op de afvloeiingslijst voor ontslag in aanmerking kwam, mocht de werkgever hem op grond van het bepaalde in artikel H-57 onder c CAO-BVE ontslaan. Het is niet onjuist  dat de werkgever geen reden heeft gezien om de in het Sociaal Plan opgenomen hardheidsclausule toe te passen, omdat de werknemer door het ontslag niet onevenredig hard is getroffen. Dat werknemer naar aanleiding van een verzoek daartoe vanuit het ROC vrijwillig zijn eerdere dienstverband bij de gemeente heeft beëindigd, kan de werkgever evenmin worden aangerekend nu destijds niet te voorzien was dat het ROC als gevolg van de vermindering van de WEB-gelden en de invoering van de verplichte aanbesteding voor inburgeringscursussen, diende te reorganiseren. Beroep ongegrond.