Datum uitspraak: 06-04-2004
Nummer uitspraak: 102499
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Werknemer is ontslagen wegens opheffing van de betrekking. Hij bestrijdt enkel de gehanteerde opzegtermijn. Hij meent dat het overgangsrecht van art. H-55 CAO-BVE op hem van toepassing is en gaat bij de berekening van de opzegtermijn  uit van leeftijd en duur van het dienstverband op de dag van de opzegging. De Commissie overweegt dat ingevolge het bepaalde in art. H-55 CAO-BVE gekeken dient te worden naar de leeftijd en de duur van het dienstverband op 1 januari 1999. Het gaat om een fixatie van de onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling voor de werknemer geldende opzegtermijn, waarbij niet van belang is of die langere termijn is gebaseerd op de CAO, de wet of de overeenkomst. De voor de werknemer geldende opzegtermijn op basis van de oude regeling bedroeg op 01-01-1999 12 weken (49 jaar en 8 jaar in dienst). Art. H-54 CAO-BVE geeft de werknemer recht op een opzegtermijn van 3 maanden. Dientengevolge geldt voor de werknemer een opzegtermijn van 3 maanden. De werkgever heeft zelfs een langere opzegtermijn gehanteerd.
Beroep kennelijk ongegrond.