Verzoek voorlopige voorziening inhoudende opheffing van een schorsing.

Publicatiedatum:

Commissie: Voormalige Commissie van Beroep PO, VO, BVE en HBO (tot 1 jan. 2017)

Zaaknummer: 102209

Download uitspraak (120,2 KB)

Open met leeshulp

Samenvatting

Werknemer stelt dat de CAO-HBO een derde schorsing niet toestaat en er geen grond voor schorsing is. De Voorzitter oordeelt dat de vraag of een derde schorsing is toegelaten, zich niet voor beantwoording in een voorzieningenprocedure leent. Dit ligt slechts anders wanneer op voorhand evident is wat de uitkomst in beroep zal zijn. De Voorzitter constateert dat de gemachtigde zeer beperkt beschikbaar was hetgeen strijdig is met de blijkbaar gevoelde noodzaak tot het treffen van een voorziening. Daarbij oordeelt de Voorzitter dat op korte termijn een zitting bij de kantonrechter zou plaatshebben over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. De hiermee gepaard gaande onrust maakt dat het niet in het belang van partijen is de schorsing op te heffen. Het verzoek wordt afgewezen.

Trefwoorden

schorsing werknemer als ordemaatregel, voorlopige voorziening

Bezoekadres

Gebouw Woudstede
Zwarte Woud 2
3524 SJ Utrecht
Route

Volg ons
Contact
Inschrijven nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen

Trefwoorden

schorsing werknemer als ordemaatregel, voorlopige voorziening