Verzoek voorlopige voorziening inhoudende opheffing van een schorsing.
Samenvatting
Werknemer stelt dat de CAO-HBO een derde schorsing niet toestaat en er geen grond voor schorsing is. De Voorzitter oordeelt dat de vraag of een derde schorsing is toegelaten, zich niet voor beantwoording in een voorzieningenprocedure leent. Dit ligt slechts anders wanneer op voorhand evident is wat de uitkomst in beroep zal zijn. De Voorzitter constateert dat de gemachtigde zeer beperkt beschikbaar was hetgeen strijdig is met de blijkbaar gevoelde noodzaak tot het treffen van een voorziening. Daarbij oordeelt de Voorzitter dat op korte termijn een zitting bij de kantonrechter zou plaatshebben over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. De hiermee gepaard gaande onrust maakt dat het niet in het belang van partijen is de schorsing op te heffen. Het verzoek wordt afgewezen.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel, voorlopige voorziening
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel, voorlopige voorziening