Verzoek voorlopige voorziening om opheffing schorsing; PO

Publicatiedatum:

Commissie: Voormalige Commissie van Beroep PO, VO, BVE en HBO (tot 1 jan. 2017)

Zaaknummer: 105558

Download uitspraak (148,8 KB)

Open met leeshulp

Samenvatting

Verzoekster is teamleider en in die hoedanigheid samen met haar collega-teamleider verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken op school. Zij is door de werkgever vrijgesteld van werkzaamheden vanwege de uitkomst van een inspectierapport waaruit bleek dat de kwaliteit van het onderwijs op de school in het geding is. Het vertrouwen van de werkgever in verzoekster is weggevallen. Vastgesteld wordt dat sprake is van een schorsing als bedoeld in art. 3.14 lid 1 CAO PO, voor de duur van ten hoogste vier weken. De Voorzitter is hierbij voorshands van oordeel dat de werkgever na het eindigen van de schorsing geen grond heeft voor voortzetting van de schorsing; evenmin is door de werkgever gesteld dat verzoekster opnieuw zal worden geschorst. Derhalve dient verzoekster na het eindigen van de schorsing weer toegelaten te worden tot haar werkzaamheden als teamleider.
Verzoekster heeft daarom onvoldoende belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. De schorsing eindigt over enkele dagen en er is geen gebleken noodzaak om voor de duur van slechts een paar dagen een voorziening te treffen. Verzoek afgewezen.

Trefwoorden

schorsing werknemer als ordemaatregel, voorlopige voorziening

Bezoekadres

Gebouw Woudstede
Zwarte Woud 2
3524 SJ Utrecht
Route

Volg ons
Contact
Inschrijven nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen

Trefwoorden

schorsing werknemer als ordemaatregel, voorlopige voorziening