Datum uitspraak: 16-06-2014
Nummer uitspraak: 106250
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

De werknemer is vrijgesteld van werkzaamheden vanwege een volgens de werkgever ontstane onwerkbare situatie. In tegenstelling tot wat de werkgever stelt, is sprake van een schorsing in de zin van de cao hbo. De bestreden beslissing dateert van 13 januari 2014. Bijna vier maanden later heeft de werknemer zijn beroepschrift ter post bezorgd. Daarmee is het beroep niet tijdig ingesteld. De werknemer had zich reeds binnen de geldende beroepstermijn van juridisch advies voorzien door een rechtsgeleerd deskundige die beroepshalve op de hoogte is of wordt geacht te zijn van het karakter van de beslissing en van de rechtsmiddelen die daartegen eventueel open staan. Dat de bestreden beslissing niet - voorzien van rechtsmiddelenverwijzing - op schrift is gesteld, leidt daarom niet zonder meer tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Ook voor het overige is niet gebleken van omstandigheden op grond waarvan de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar geacht zou zijn geweest. Het is daarom waarschijnlijk dat de Commissie in de hoofdzaak het beroep tegen de schorsing niet-ontvankelijk zal verklaren. Daarom is er onvoldoende reden aanwezig om over te gaan tot het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoek afgewezen.