Nieuws
‘Juist bij ouders die het er niet mee eens zijn, moet een samenwerkingsverband extra zijn best doen om het goed uit te leggen’

Eén van de commissies bij Stichting Onderwijsgeschillen is de Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring (LBT). Wanneer een ouder of het schoolbestuur het niet eens is met het besluit van het samenwerkingsverband over de tlv of over de toewijzing naar het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo), kan bezwaar gemaakt worden bij het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband vraagt advies aan de LBT voordat een beslissing op dit bezwaar wordt genomen.
Voorzitter van deze LBT-commissie is Ronny van de Water, in het dagelijks leven werkzaam als rechter. Met de LBT behandelt hij zaken waarin ouders het niet eens zijn met de afgegeven toelaatbaarheidsverklaring (tlv) voor hun kind. “Ik denk dat wij minder zaken zouden hebben als samenwerkingsverbanden bij het schrijven van de tlv meer aandacht zouden besteden aan ouders. Schrijf de tlv niet voor de school die ‘m aanvraagt, maar schrijf ‘m voor de ouders, die tegen afgifte van de tlv zijn. Nodig deze ouders uit voor een gesprek - en daar waar het kan, het kind zelf ook.”
Beeld uit de praktijk van het onderwijs
“De LBT is multidisciplinair samengesteld met heel kundige mensen uit de onderwijspraktijk”, geeft Van de Water aan. “Zij zien ook in hun eigen werkkring dat ouders het soms niet eens zijn met de afgegeven toelaatbaarheidsverklaring voor hun kind. Echter, er worden wekelijks in Nederland ook heel veel tlv’s afgegeven waarmee ouders instemmen. Bij de LBT krijgen we alleen de tlv’s onder ogen waarmee ouders een zodanig probleem hebben dat zij bereid zijn en de moeite nemen om een juridische procedure te starten.”
Van de Water legt uit hoe de LBT met de hen aangeboden zaken omgaat. “Als wij aan zien komen dat ons advies gaat worden om de tlv in stand te houden, proberen we tijdens de zitting wel het gesprek met ouders aan te gaan en uit te leggen dat dit voor hun kind het beste is. Maar als wij daarentegen vinden dat het samenwerkingsverband haar beslissing niet goed heeft onderbouwd of als wij vinden dat het dossier niet voldoende informatie bevat om te kunnen adviseren, zeggen we dat ook. Het is niet zo dat wij alleen maar kritisch zijn richting ouders die tegen beter weten in hun kind niet naar het speciaal onderwijs willen hebben; wij zijn ook kritisch richting scholen en samenwerkingsverbanden, die niet goed weten uit te leggen waarom afgifte van een tlv het beste is voor het kind.”
Bureaucratie?
Het valt Van de Water op dat er flinke verschillen zijn in de werkwijzen van samenwerkingsverbanden. De wet geeft ruimte voor die verschillen, zolang er gehandeld wordt overeenkomstig de formele eisen van het bestuursrecht. Zo merkt Van de Water dat samenwerkingsverbanden in de LBT-procedure regelmatig dezelfde fouten maken. “Zo zien we nog veel tlv-besluiten of -aanvragen die feitelijk bestaan uit een soort kruisjesformulier; vergeten samenwerkingsverbanden in de beslissing de beroepsclausule te vermelden of leggen ze het bekendmaken van het tlv-besluit bij de school, terwijl zíj de tlv afgeven en niet de school.” En als last but not least noemt Van de Water de deskundigenverklaringen, die in de aan de LBT voorgelegde zaken te vaak “aan de matige kant” zijn.
“De drang naar efficiency is heel groot, terwijl het juist van belang is om met aandacht en zorgvuldigheid om te gaan met leerlingen en hun ouders. Dit hoeft elkaar niet in de weg te zitten, maar vraagt wel om goed uitgedachte besluitvormingsprocedures bij de LBT.” De LBT-voorzitter hoort geluiden van samenwerkingsverbanden die aangeven te veel last te hebben van bureaucratische rompslomp, maar denkt zelf dat een professionele aanpak de bureaucratie verminderd. “Zo ingewikkeld moet de afhandeling van een tlv-aanvraag niet zijn; de school moet een aanvraag indienen en die moet goed onderbouwd kunnen worden met onder andere een aantal kerndocumenten waaruit blijkt dat de school echt wel haar best gedaan heeft voor het kind, maar toch niet het passend onderwijs kan bieden.”
Bij de zaken die de LBT onderhanden heeft, schieten scholen daarin nogal eens tekort, vindt Van de Water. “Als ouders het met de tlv eens zijn, snap ik dat de onderbouwing van het verzoek beperkt is, maar wanneer ouders het niet met de tlv eens zijn, moeten scholen daar wat mij betreft wel wat meer aandacht aan besteden. Van samenwerkingsverbanden mag je verwachten dat ze bij die paar aanvragen waarbij ouders het niet eens zijn met de aanvraag, kritisch kijken naar de onderbouwing. Hetzelfde geldt voor de deskundigenverklaringen. Die bevatten in veel gevallen die wij behandelen alleen een opsomming van feitelijkheden, maar niet een eigenstandige mening van de deskundige waarom een tlv noodzakelijk is.”
Twee deskundigenverklaringen
De regering heeft medio 2025 maatregelen aangekondigd om de tlv-aanvraag te vereenvoudigen. Voorstel is om de minimale termijn voor tlv’s te verlengen en een onderzoek doen naar de noodzaak om bij elke aanvraag twee onafhankelijke deskundigen van het samenwerkingsverband te betrekken. Verlenging van de periode waarvoor een tlv kan worden afgegeven, vindt Van de Water niet direct een goed idee: “Als je de tlv voor een langere tijd afgeeft, krijg je meer bezwaarprocedures; kinderen zijn ook in ontwikkeling, dus een tussentijdse toets blijft nodig.”
Van de Water: “Ik ben benieuwd naar het onderzoek naar de noodzaak van twee deskundigenverklaringen. Ik kan me voorstellen dat in de situaties waarin iedereen het ermee eens is, niet per se twee verklaringen nodig zijn om onnodige bureaucratie te beperken.” Maar het belang van een deskundigenverklaring moet bij betwisting van de noodzaak van een tlv zeker niet onderschat worden, vindt Van de Water. “Een goede, onafhankelijke deskundigenverklaring is dan de dragende overweging van een deskundige om de tlv af te geven. Dat hoeft geen heel epistel te zijn, maar de ouders moeten het wel kunnen snappen. En juist bij ouders die het niet begrijpen, moet je extra je best doen om het goed uit te leggen. Ik ben ervan overtuigd dat bij een goed onderbouwd onafhankelijk deskundigenadvies meer ouders zich zullen neerleggen bij een tlv.’’
Verwachtingen van ouders en kinderen
Bij de LBT is het belangrijk dat ouders zich gehoord voelen, ook als ze ongelijk krijgen. Van de Water hecht er grote waarde aan dat ouders het woord kunnen doen en het gevoel krijgen dat er wel naar hen is geluisterd. Daarbij vindt Van de Water het een goede zaak dat ook het kind wordt gehoord, als het kind dit wil. Leerlingen kunnen apart worden gehoord of hun mening via een andere wijze delen, maar tijdens de zitting worden zij ook niet vergeten. “Eén van onze eerste vragen tijdens de zitting aan ouders is ook altijd: ‘Hoe gaat het nu met uw kind?’” Van de Water geeft aan dat de LBT tijdens de zitting de verwachtingen probeert de managen. “Wij benadrukken dat we niet op de stoel van het samenwerkingsverband gaan zitten, maar het is wel onze taak om te adviseren, zodat het allemaal zorgvuldiger verloopt. Vooral als het gaat om de motivering van het besluit. Bij een goed gemotiveerd besluit zullen wij niet snel adviseren om de tlv niet af te geven.’’
Van de Water merkt “dat er door de Wet Passend onderwijs in de maatschappij een beeld is ontstaan dat kinderen per se binnen het reguliere onderwijs gehouden moeten worden, ook wanneer ze te veel op hun tenen lopen. Maar we moeten niet neerkijken op het speciaal onderwijs.” Van de Water legt aan ouders vaak uit dat scholen met iets meer aandacht voor de kinderen, waarin er gewerkt wordt met kleinere klassen en kinderen meer zichzelf kunnen zijn, veel beter zijn voor de ontwikkeling van hun kind.
Van de Water is ook zelfkritisch; de LBT kan in haar adviezen volgens hem een verbeteringsslag maken. “Ik denk dat onze adviezen in veel gevallen korter en meer in normaal Nederlands geschreven kunnen worden.”
De foto is gemaakt door fotograaf Lilian van Rooij.
Vond u deze informatie nuttig?
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen