Veelgestelde vragen

Dagelijks beantwoorden we vragen om voor meningsverschillen een passende oplossing te vinden. De veelgestelde vragen zijn hieronder per onderwerp ingedeeld. Staat uw vraag niet in onderstaand overzicht, neemt u dan gerust even contact met ons op. We horen en helpen u graag.

Nu actueel: het schooladvies

Voor klachten over het schooladvies verwijzen wij u graag naar het volgende bericht:

Zaakbehandeling

Voor alle details over het indienen en behandelen van een zaak verwijzen we graag naar de volgende pagina:

Algemeen

De commissies van Onderwijsgeschillen zijn onafhankelijke commissies, die klachten, geschillen, bezwaren en beroepen in het onderwijs behandelen. Sommige commissies behandelen klachten, andere commissies richten zich op passend onderwijs, medezeggenschap of werknemers- en werkgeverszaken.

De commissies zijn ingesteld op basis van wetgeving, cao of afspraken met onderwijsinstellingen.

De procedure bij elke Commissie is afgestemd op het specifieke onderwerp. Meestal verloopt de procedure als volgt: zaak indienen, verweer, zitting en uitspraak. Na het indienen van de zaak door de ene partij en het verweer door de andere partij krijgen beide partijen de kans om hun standpunten in een zitting toe te lichten. Daarna doet de Commissie zo snel mogelijk een uitspraak die Onderwijsgeschillen op de website publiceert.

Bij het indienen van een zaak is het belangrijk dat u eerst bekijkt of de zaak bij een Commissie van Onderwijsgeschillen thuishoort. Elke Commissie heeft een eigen pagina waarop staat welke onderwerpen die Commissie behandelt. U vindt alle commissies op de overzichtspagina: Overzichtspagina met alle commissies

Bij sommige commissies kunt u alleen een zaak indienen als de school of instelling is aangesloten bij de commissie. Wilt u bijvoorbeeld een klacht indienen bij de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC)? Dan kan dat alleen als de school bij de LKC is aangesloten. Het is ook mogelijk dat de school bij een andere klachtencommissie is aangesloten. Die informatie staat op de website van de school of in de schoolgids.

Bij andere commissies is de school automatisch aangesloten. Bijvoorbeeld bij de Geschillencommissie passend onderwijs (GPO). Elke school in het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs of het (voortgezet) speciaal onderwijs is bij de GPO aangesloten. Daar is dus geen aparte aansluiting voor nodig.

Of aansluiting bij een commissie nodig is, staat op de pagina over die commissie.

Als u een klacht, bezwaar, beroep of verzoek wilt indienen bij één van de commissies van Onderwijsgeschillen, doet u dat door online een zaak in te dienen. Het indienen van een zaak en alle verdere communicatie over uw zaak, verloopt via ons digitale Zaaksysteem. Alle informatie vindt u op de pagina Zaakbehandeling.

Hoe de procedure verloopt, verschilt per commissie. U vindt alle commissies op de overzichtspagina: Overzichtspagina met alle commissies

De eisen voor het indienen van een zaak verschillen per commissie. Het is daarom belangrijk dat u op de pagina over de Commissie kijkt welke onderwerpen de Commissie behandelt en welke eisen er gelden. U vindt alle commissies op de overzichtspagina: Overzichtspagina met alle commissies.
Weet u niet bij welke commissie u moet zijn? Neem u dan even contact met ons op.

Op de pagina Zaakbehandeling vindt u een video met meer uitleg over de zaakbehandeling.

Als u bij Onderwijsgeschillen een zaak indient, wordt er goed naar gekeken. Daarom kan het even duren voordat er een uitspraak komt.

Hoelang het behandelen van een zaak bij Onderwijsgeschillen duurt kan per Commissie verschillen. U vindt de informatie bij de veelgestelde vragen over de commissies hieronder.

De gehele zaakbehandeling, zowel de correspondentie als de zitting, vindt in het Nederlands plaats. U mag wel een tolk meenemen naar de zitting.

Tijdens een zitting kunnen de partijen hun standpunt toelichten en vragen van de Commissie beantwoorden. Daarom vindt de Commissie het belangrijk dat partijen aanwezig zijn op de zitting. In sommige gevallen kan ook een leerling deelnemen aan een zitting.

De partijen kunnen zich bij de zitting laten bijstaan of vertegenwoordigen door een gemachtigde (bijvoorbeeld een rechtshulpverlener of een advocaat), maar dat is niet verplicht.

Zittingen worden over het algemeen gehouden in Utrecht:
Gebouw Woudstede
Zwarte Woud 2
3524 SJ Utrecht

De bereikbaarheid per OV is goed.
Het gebouw ligt op ongeveer 5 minuten lopen vanaf station Lunetten.
Er is beperkte parkeergelegenheid in de omgeving.

De termijnen voor het indienen van een zaak worden in de meeste gevallen niet verlengd tijdens de vakanties.
Wel kunnen de termijnen voor het indienen van een verweerschrift of voor het oordeel worden verlengd met de schoolvakanties. Dit verschilt per Commissie.

De informatie vindt u op de commissiepagina’s (in het reglement van de Commissie.)

Dat hangt af van waarover uw vraag of verzoek gaat. Op onze contactpagina vindt u een overzicht van andere organisaties waar u terecht kunt.

Mediation

Bij mediation zoekt u samen met de andere deelnemer(s) naar een oplossing voor het conflict. U gaat daarvoor met elkaar in gesprek onder begeleiding van een onafhankelijk en neutraal persoon: de mediator. Het doel van dit gesprek is om de relatie tussen u en de andere deelnemer(s) te herstellen, zodat u samen verder kunt of de samenwerking goed kan afronden.

Bij Onderwijsgeschillen werken mediators, die zijn aangesloten bij de Mediatorsfederatie Nederland (MfN).

Alle verdere informatie vindt u op de pagina over mediation.

Voor mediation is het vereist dat alle deelnemers willen meewerken en gezamenlijk tot een oplossing willen komen. Iedereen die betrokken is bij het conflict kan mediation aanvragen. Mediation is mogelijk voor conflicten, als een van de commissies van Onderwijsgeschillen het onderwerp van het conflict als geschil kan behandelen.

Uitzondering: Bij commissies op het terrein van passend onderwijs, zoals de Geschillencommissie passend onderwijs (GPO) en de Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring (LBT), is geen mediation mogelijk. De reden is dat bij deze commissies vaste termijnen gelden en mediation de doorlooptijd van de procedure te veel vertraagt.

Soms is aansluiting nodig: Bij sommige commissies is alleen mediation mogelijk als de school is aangesloten bij de commissie. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC).
Alle informatie vindt u op de pagina over mediation.

U kunt een mediationverzoek indienen via de knop ‘mediation aanvragen’ op de pagina over mediation. U maakt een account aan waarmee u in kunt loggen. Nadat u de mediation hebt aangevraagd neemt een medewerker van Onderwijsgeschillen telefonisch contact met u op. Tijdens dit gesprek bespreekt u het onderwerp en de mogelijke deelnemers van de mediation. Een mediator neemt vervolgens ook contact op met de andere deelnemer(s) en bespreekt ook met hen de mogelijkheid van mediation.

Alle verdere informatie vindt u op de pagina over mediation.

Mediation is ook mogelijk zonder dat een zaak is ingediend bij een Commissie. U kunt dan in veel gevallen een formele procedure voorkomen.

LET OP: Bij sommige commissies, zoals bij de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC) is alleen mediation mogelijk als de school is aangesloten bij de commissie. Of de school is aangesloten bij de LKC staat in de schoolgids of op de website van de school.

Bij de Geschillencommissie passend onderwijs (GPO) en de Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring (LBT) is geen mediation mogelijk.

Ook als u al een zaak heeft ingediend bij een Commissie, is het nog steeds mogelijk om mediation aan te vragen. In dat geval wordt de formele procedure bij de Commissie opgeschort. Afhankelijk van de uitkomst van de mediation kan het formele geschil worden afgerond of weer worden hervat.

Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC)

Ouders, medewerkers van scholen of schoolbesturen kunnen, wanneer ze ergens samen niet uitkomen, een klacht indienen. Leerlingen in het voortgezet of voortgezet speciaal onderwijs kunnen dat ook zelf doen.
Denk aan de begeleiding op een school, pesten, de schorsing van een leerling of bevordering. Dit kan uiterlijk tot 1 kalenderjaar nadat de gebeurtenis waar de klacht over gaat, heeft plaatsgevonden. Deze termijn wordt door schoolvakanties niet verlengd.

Let op: de school moet voor klachtbehandeling zijn aangesloten bij de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC) van Stichting Onderwijsgeschillen. Informatie daarover vindt u in de schoolgids of op de website van de school.

De eventuele kosten voor de behandeling van de zaak gaan naar het bestuur of samenwerkingsverband. Reiskosten of de kosten voor een advocaat of rechtshulpverlener moet u altijd zelf betalen.

Een advocaat of andere rechtshulpverlener inschakelen is niet verplicht en in veel gevallen niet nodig. Het mag natuurlijk wel. Het is ook mogelijk dat u een advocaat of rechtshulpverlener later in de procedure inschakelt. Een advocaat of rechtshulpverlener beïnvloedt de uitkomst van de zaak niet.

Als we meer informatie over uw klacht nodig hebben, vragen we deze informatie bij u op. Wanneer wij voldoende informatie over uw klacht hebben, nemen wij telefonisch contact met u op. Er wordt ook contact opgenomen met het schoolbestuur of met de school. Wanneer er geen rol (meer) voor het schoolbestuur is weggelegd, dan wordt in een telefoongesprek bekeken wat de verdere mogelijkheden zijn. Als dit ertoe leidt dat de LKC de zaak verder in behandeling neemt, dan wordt er verweer opgevraagd bij degene tegen wie de klacht is gericht en een zitting gehouden.

U mag in totaal maximaal 100 (enkelzijdige) pagina’s aan documenten die relevant zijn voor uw klacht indienen bij de LKC. Denk hierbij aan e-mails of gespreksverslagen. Het is belangrijk dat u alleen de relevante documenten indient. U moet de documenten nummeren en een overzicht van de documenten meesturen, waarop u aangeeft op welke wijze deze documenten uw klacht onderbouwen.

Leerlingen vanaf 10 jaar kunnen hun mening geven door te participeren in de procedure bij de LKC. Je kunt je mening geven op verschillende manieren:

  1. Apart gehoord worden door de (voorzitter van de) Commissie.
  2. Een e-mailbericht of brief sturen waarin je je mening geeft.
  3. Tijdens een hoorzitting met alle partijen participeren.
  4. Zelf een manier aandragen om je mening te geven.

Kijk voor meer informatie op deze pagina: Informatie voor leerlingen.

Een samenwerkingsverband is een samenwerking tussen scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, voortgezet onderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs in een bepaalde regio. De scholen maken binnen het samenwerkingsverband afspraken over hoe de basis- en extra onderwijsondersteuning in de regio geregeld is.

  1. Praat met uw kind en met de betreffende docent, schooldirecteur of het schoolbestuur.
  2. Neem contact op met de vertrouwenspersoon van de school.
  3. Bekijk op onze website de themapagina’s.
  4. Uw kind kan bellen met de kindertelefoon om te kijken wat mogelijk is.
  5. Neem als ouder contact op met Ouders en Onderwijs om te kijken wat mogelijk is.
  6. Ga naar de website pestweb (voor zowel ouder als kind) of bekijk daar deze video

De gehele zaakbehandeling, zowel de correspondentie als de zitting, vindt in het Nederlands plaats. U mag uiteraard een tolk mee naar de zitting nemen.

Geschillencommissie passend onderwijs (GPO)

Ouders, voogden, verzorgers kunnen een zaak indienen bij deze Commissie, wanneer ze een geschil hebben met de school over:

– de verwijdering van uw kind
– de (weigering van) toelating van uw kind met extra ondersteuningsbehoefte
– vast- en bijstelling van het ontwikkelperspectief van uw kind met extra ondersteuningsbehoefte.

Leerlingen vanaf 18 jaar kunnen zelf een zaak indienen.

Een zaak kan uiterlijk zes weken na het ontstaan van het geschil of te nemen besluit ingediend worden.

De eventuele kosten voor de behandeling van de zaak gaan naar het bestuur of samenwerkingsverband. Reiskosten of de kosten voor een advocaat of rechtshulpverlener moet u altijd zelf betalen.

Een advocaat of andere rechtshulpverlener inschakelen is niet verplicht en in veel gevallen niet nodig. Het mag natuurlijk wel. Het is ook mogelijk dat u een advocaat of rechtshulpverlener later in de procedure inschakelt. Een advocaat of rechtshulpverlener beïnvloedt de uitkomst van de zaak niet.

De Commissie neemt de ingediende zaak (het verzoekschrift) in behandeling en vraagt de school om binnen twee weken verweer in te dienen. Zowel degene die een zaak heeft ingediend als de school ontvangt bericht over wanneer de hoorzitting plaatsvindt. Deze kan in principe niet worden uitgesteld, omdat het een versnelde procedure is van maximaal tien weken.

Binnen 6 weken na het ontstaan van het probleem moet een zaak worden ingediend bij de Commissie. De behandeling van de zaak duurt in de regel 10 weken.

De uitgebreide werkwijze vindt u op de commissiepagina van deze commissie.

Nee, in verband met de 10 weken termijn van de Commissie is het niet mogelijk om mediation aan te vragen. Mediation vertraagt de doorlooptijd van de procedure.

Bij het indienen van een zaak is het de bedoeling dat aanvullende stukken in één keer worden meegestuurd en bij voorkeur als één PDF-document, met een overzicht van bijlagen genummerd.

Het verzoekschrift kent een maximale omvang van 10 enkelzijdig A4-pagina’s.
Het maximaal aantal pagina’s dat u mag aanleveren als bijlage is 40 enkelzijdig A4-pagina’s.
Onderstaande stukken zijn hierop uitgezonderd:
– het ontwikkelingsperspectief
– het schoolondersteuningsprofiel van de school
– het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband

Onderwijsgeschillen geeft geen inhoudelijk advies over specifieke zaken. U kunt contact opnemen met Ouders & Onderwijs (T: 088-6050101) om deze vraag te bespreken.

Een samenwerkingsverband is een samenwerking tussen scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, voortgezet onderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs in een bepaalde regio. De scholen maken binnen het samenwerkingsverband afspraken over hoe de basis- en extra onderwijsondersteuning in de regio geregeld is.

De gehele zaakbehandeling, zowel de correspondentie als de zitting, vindt in het Nederlands plaats. U mag uiteraard een tolk mee naar de zitting nemen.

Leerlingen kunnen participeren door hun mening te geven. Hiervoor geldt geen leeftijdsgrens. Een leerling kan op verschillende manieren participeren:

  1. Apart gehoord worden door de Commissie.
  2. Een e-mailbericht of brief sturen voor het geven van een mening.
  3. Tijdens een hoorzitting met alle partijen.
  4. Zelf een manier aangedragen voor het geven van een mening.

Onderwijsgeschillen geeft geen inhoudelijk advies over specifieke zaken. U kunt contact opnemen met Ouders & Onderwijs (voor ouders) of met de PO-Raad of VO-raad (als po- of vo-personeel) om deze vraag te bespreken.

Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring (LBT)

Wanneer ouders, voogden, verzorgers of schoolbestuurders het niet eens zijn met het besluit van het samenwerkingsverband over de toelaatbaarheidsverklaring (tlv) voor hun kind of leerling, dan kunnen zij daartegen bezwaar maken bij het samenwerkingsverband. Ze doen dit binnen zes weken, nadat het besluit over de tlv bekend is gemaakt.

Uitsluitend het samenwerkingsverband, dat is aangesloten bij deze Commissie, kan een zaak indienen. Nadat u bezwaar hebt gemaakt moet het samenwerkingsverband binnen twee weken een zaak (verzoek om advies) indienen bij de Commissie.

Een samenwerkingsverband is een samenwerking van reguliere scholen en scholen voor speciaal onderwijs in de regio.

Het samenwerkingsverband dient voor de zaak de volgende stukken in:

  • Het besluit over de toelaatbaarheidsverklaring waartegen bezwaar is gemaakt.
  • Het bezwaar en het verweer.
  • Alle documenten die ten grondslag liggen aan de tlv.
  • De procedure en de criteria voor de tlv uit het ondersteuningsplan.
  • Het schoolondersteuningsprofiel van de school die de tlv heeft aangevraagd.

De eventuele kosten voor de behandeling van de zaak gaan naar het bestuur of samenwerkingsverband. Reiskosten of de kosten voor een advocaat of rechtshulpverlener moet u altijd zelf betalen.

Een advocaat of andere rechtshulpverlener inschakelen is niet verplicht en in veel gevallen niet nodig. Het mag natuurlijk wel. Het is ook mogelijk dat u een advocaat of rechtshulpverlener later in de procedure inschakelt. Een advocaat of rechtshulpverlener beïnvloedt de uitkomst van de zaak niet.

Een ouder of het schoolbestuur kan bij het samenwerkingsverband bezwaar maken tegen de toelaatbaarheidsverklaring (tlv). Dit dient te gebeuren binnen 6 weken na bekendmaking van de tlv. Op de procedure van de LBT is de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Het samenwerkingsverband moet daarna binnen 2 weken een zaak bij de Commissie indienen. De partijen krijgen binnen 4 weken na de zitting het schriftelijke advies van de Commissie. De Awb schrijft voor dat in beginsel het samenwerkingsverband binnen 12 weken een beslissing dient te nemen op het bezwaarschrift dat is ingediend. Die termijn kan met 6 weken worden verlengd.

De uitgebreide werkwijze vindt u op de commissiepagina van deze commissie.

Dat mag. De school kan overgaan tot het verwijderen van een leerling. Lees meer informatie over verwijdering op de website.

Een samenwerkingsverband is een samenwerking tussen scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, voortgezet onderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs in een bepaalde regio. De scholen maken binnen het samenwerkingsverband afspraken over hoe de basis- en extra onderwijsondersteuning in de regio geregeld is.

Leerlingen kunnen participeren door hun mening te geven en mogen dat in principe doen vanaf 10 jaar. De leerling kan op verschillende manieren participeren:

  • Apart gehoord worden door de Commissie.
  • Een e-mailbericht of brief sturen voor het geven van een mening.
  • Tijdens een hoorzitting met alle partijen.
  • Zelf een manier aangedragen voor het geven van een mening.

De gehele zaakbehandeling, zowel de correspondentie als de zitting, vindt in het Nederlands plaats. U mag uiteraard een tolk mee naar de zitting nemen.

Commissies van beroep

Alle scholen in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs en het hoger beroepsonderwijs zijn automatisch conform de cao aangesloten bij de Commissie van beroep van Onderwijsgeschillen voor het funderend onderwijs of voor het hbo. Daarom kunnen alle medewerkers van dergelijke scholen bij deze commissies terecht. In het middelbaar beroepsonderwijs kan de instelling kiezen voor aansluiting bij de Commissie van beroep mbo van Onderwijsgeschillen, of voor een andere commissie van beroep.
U kunt een zaak indienen, wanneer u het niet eens bent met een bepaald besluit van uw werkgever. In de cao staat vermeld welke besluiten dat zijn. U vindt de informatie bij de desbetreffende commissie:

Commissie van beroep funderend onderwijs
Commissie van beroep mbo
Commissie van beroep hbo

U moet de zaak binnen 6 weken, nadat u een brief van uw werkgever hebt ontvangen over het besluit, indienen.

Het is mogelijk om een zaak in te dienen en later nog stukken toe te voegen. Dit heet een pro-forma beroep. Het is belangrijk dat u de zaak wel indient binnen 6 weken na het besluit van de werkgever. U krijgt dan een termijn van 14 dagen om de aanvullende stukken in te dienen.

De eventuele kosten voor de behandeling van de zaak gaan naar het bestuur of samenwerkingsverband. Reiskosten of de kosten voor een advocaat of rechtshulpverlener moet u altijd zelf betalen.

Een advocaat of andere rechtshulpverlener inschakelen is niet verplicht en in veel gevallen niet nodig. Het mag natuurlijk wel. Het is ook mogelijk dat u een advocaat of rechtshulpverlener later in de procedure inschakelt. Een advocaat of rechtshulpverlener beïnvloedt de uitkomst van de zaak niet.

Een beroep over een besluit dat langer dan 6 weken geleden is genomen, wordt in principe niet behandeld. Dit is niet het geval wanneer u een goede reden heeft voor het te laat indienen van de zaak.

Om ervoor te zorgen dat de Commissie een zaak op een zo kort mogelijke termijn behandelt, wordt er in principe geen uitstel verleend. Zowel de werknemer als de werkgever moet binnen de gestelde termijn de relevante documenten aanleveren.
Alleen in uitzonderlijke gevallen kan de voorzitter uitstel geven. Hiervoor moet u schriftelijk aangeven waarom het voor u niet mogelijk is de verzochte informatie op tijd in te dienen.

Als de werknemer de zaak heeft ingediend en er nog stukken of informatie ontbreekt, dan krijgt de werknemer 2 weken de gelegenheid om het beroepschrift aan te vullen. Vervolgens krijgt de werkgever de gelegenheid om binnen 4 weken een verweerschrift in te dienen. Daarna wordt een zitting gepland op het kantoor van Onderwijsgeschillen in Utrecht. Na de zitting krijgen de partijen binnen 6 werkweken de schriftelijke uitspraak van de commissie.

De hele procedure duurt globaal 3 à 4 maanden, tenzij er om uitstel wordt gevraagd voor onderling overleg of mediation.

Het kan zijn dat de werknemer snel wil weten waar hij aan toe is en niet kan wachten tot definitieve uitspraak. In dat geval kan hij bij de Voorzitter van de Commissie een verzoek indienen om een voorlopige voorziening.

Er zijn twee soorten procedures: een reguliere en een spoedprocedure.

Reguliere procedure
Nadat u een zaak volledig en juist online heeft ingediend wordt de werkgever om verweer gevraagd. Zodra dat binnen is, wordt binnen 2 tot 4 weken een zitting gepland. De commissie doet uiterlijk 6 weken na de zitting uitspraak. Informatie over hoe een zitting verloopt vindt u bij algemene vragen op deze pagina.

Spoedprocedure (voorlopige voorziening)
Een spoedprocedure is alleen mogelijk wanneer er ook een reguliere procedure loopt, maar de werknemer niet kan wachten tot de definitieve uitspraak van de Commissie. U wordt als werknemer gevraagd om een onderbouwing te geven waarom een versnelde uitspraak nodig is en wat deze moet inhouden. Dit doet u bij de Voorzitter van de Commissie.
De werkgever wordt gevraagd om een schriftelijk verweerschrift in te dienen. Als de tijd daarvoor t.a.v. de geplande zitting kort is, dan mag dat verweer ook mondeling tijdens de zitting gevoerd worden. Termijn voor de spoedzitting is vanaf datum melding zaak gemiddeld 2 à 4 weken. De Voorzitter doet binnen 2 weken na de zitting een voorlopige uitspraak. Deze uitspraak vervalt wanneer de Commissie een uitspraak doet in de reguliere procedure.

De Voorzitter van de Commissie stelt de zitting alleen uit als beide partijen dat willen. U moet dan schriftelijk aangeven waarom de zitting uitgesteld moet worden. De Voorzitter beslist vervolgens of de zitting wordt uitgesteld.

De Commissie is niet bevoegd tot het toekennen van een kostenveroordeling (de gemaakte kosten voor de procedure) of een schadevergoeding.

Als werknemer levert u de volgende documenten aan:

  • de brief van de werkgever met het besluit
  • de onderbouwing van de werknemer: waarom u het niet eens bent met het besluit
  • de arbeidsovereenkomst
  • overige relevante documenten voor zover van toepassing
  • onderbouwing als de zaak niet op tijd is ingediend: wat hiervan de reden is

Landelijke Bezwarencommissie functiewaardering PO, VO en MBO

De eventuele kosten voor de behandeling van de zaak gaan naar het bestuur of samenwerkingsverband. Reiskosten of de kosten voor een advocaat of rechtshulpverlener moet u altijd zelf betalen.

Een advocaat of andere rechtshulpverlener inschakelen is niet verplicht en in veel gevallen niet nodig. Het mag natuurlijk wel. Het is ook mogelijk dat u een advocaat of rechtshulpverlener later in de procedure inschakelt. Een advocaat of rechtshulpverlener beïnvloedt de uitkomst van de zaak niet.

Landelijke Commissie voor Geschillen WMS

Alle scholen voor primair, voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs en de samenwerkingsverbanden zijn automatisch aangesloten bij deze Commissie. Ieder bevoegd gezag of het medezeggenschapsorgaan van deze instellingen kan een zaak indienen, wanneer ze het niet eens kunnen worden over instemming, advies, wijziging van het medezeggenschapsstatuut of -reglement of over naleving van verplichtingen op grond van de Wet medezeggenschap op scholen (Wms) of een onderwijswet.

Een medezeggenschapsorgaan dat betrokken is bij het onderwerp kan een zaak indienen wanneer het bevoegd gezag:

  • een besluit neemt zonder de vereiste instemming van het medezeggenschapsorgaan en het medezeggenschapsorgaan binnen zes weken na het (blijken van het) nemen van het besluit de nietigheid daarvan bij het bevoegd gezag heeft ingeroepen;
  • een besluit neemt en het advies van het medezeggenschapsorgaan daarvoor niet of deels volgt of wanneer het bevoegd gezag een besluit heeft genomen en ten onrechte geen advies heeft gevraagd aan het medezeggenschapsorgaan;
  • het medezeggenschapsreglement of -statuut aanpast zonder de vereiste instemming van het medezeggenschapsorgaan en het medezeggenschapsorgaan binnen zes weken na het besluit de nietigheid daarvan bij het bevoegd gezag heeft ingeroepen;
  • verplichtingen jegens het medezeggenschapsorgaan, die op grond van de Wms of een onderwijswet gelden, niet naleeft.

Bevoegd gezag kan een zaak indienen wanneer het medezeggenschapsorgaan:

  • niet instemt met een besluit waarvoor instemming van het medezeggenschapsorgaan vereist is of niet instemt met een wijziging in het medezeggenschapstatuut of -reglement of als het medezeggenschapsorgaan de nietigheid van een besluit heeft ingeroepen bij het bevoegd gezag;
  • de verplichtingen jegens het bevoegd gezag, die op grond van de Wms of een onderwijswet gelden, niet naleeft.

Termijnen voor het indienen van een geschil:

De termijn voor het indienen van een geschil is bij adviesgeschillen zes weken, nadat het besluit is genomen of gebleken is dat een besluit is genomen.

Bij instemminggeschillen geldt dat het bevoegd gezag binnen 6 weken, nadat het medezeggenschapsorgaan instemming heeft geweigerd of de nietigheid heeft ingeroepen, een geschil moet indienen. Bij instemmingsgeschillen geldt voor het medezeggenschapsorgaan dat binnen 6 weken de nietigheid moet worden ingeroepen als het bevoegd gezag een besluit neemt zonder de vereiste instemming van het medezeggenschapsorgaan te hebben verkregen. Daarna kan een geschil worden ingediend door het medezeggenschaporgaan. Hiervoor geldt geen termijn.

Voor het indienen van nalevingsgeschillen geldt geen termijn.

Zie voor meer informatie ook de commissiepagina: Landelijke Commissie voor Geschillen WMS

Opvragen verweerschrift: Nadat een zaak goed en volledig is ingediend, vraagt de Commissie de wederpartij om een verweerschrift in te dienen. Daarbij vraagt de Commissie aan de wederpartij om alle stukken in te dienen die betrekking hebben op de zaak en die volgens de wederpartij belangrijk zijn en diens standpunt onderbouwen.

De termijn voor het indienen van het verweerschrift, met als bijlagen de relevante stukken, is in beginsel vier weken. In de brief van de Commissie waarin het verweerschrift wordt opgevraagd, wordt in de meeste gevallen ook de geplande zittingsdatum meegedeeld.

De hoorzitting: Na ontvangst van het verweerschrift nodigt de Commissie partijen uit voor de zitting. Meestal wordt de zitting binnen enkele weken na ontvangst van het verweerschrift gehouden.

De uitspraak:  Na de zitting geeft de Commissie binnen zes weken haar uitspraak.

Beroep: Wanneer partijen in beroep willen gaan tegen de uitspraak van de Commissie, dan kan dat binnen een maand bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam.

 

Zie voor meer informatie ook: ‘De procedure in 4 stappen’ op de commissiepagina: Landelijke Commissie voor Geschillen WMS

Nee, dat is niet het geval. Maar beide partijen kunnen zich laten bijstaan door een advocaat, adviseur of andere gemachtigde. De kosten die de MR in verband daarmee maakt kunnen, onder bepaalde voorwaarden, voor bekostiging door het bevoegd gezag in aanmerking komen. Dit is geregeld in artikel 28 lid 2 van de Wms.

Bij een reguliere procedure kan de Commissie normaal gesproken 3 à 4 maanden na het indienen van het geschil uitspraak doen. Deze termijn wordt langer als er eerst nog informatie moet worden opgevraagd bij de indiener van het geschil of als partijen eerst proberen er onderling uit te komen. Ook is de duur van de procedure afhankelijk van de beschikbaarheid van de Commissie en of er in de periode dat de zaak loopt schoolvakanties zijn.

Als een zaak een spoedeisend karakter heeft (dat is ter beoordeling van de Commissie), kan het geschil versneld behandeld worden. Deze procedure neemt dan een kortere tijd in beslag.

De uitgebreide werkwijze vindt u op de commissiepagina van deze Commissie.

In de Wet medezeggenschap op scholen (Wms) is een aantal termijnen opgenomen, zoals de termijn van zes weken voor het indienen van een geschil of voor het inroepen van de nietigheid van een besluit. Deze in de Wms genoemde termijnen worden niet opgeschort tijdens of gedurende schoolvakanties.

Naast de in de Wms genoemde termijnen, worden in de procedure bij de Commissie nog andere termijnen gehanteerd, namelijk de termijnen die staan in het Reglement van de Commissie. Daarin is bepaald dat de termijnen uit dat reglement, bijvoorbeeld de termijn voor het opvragen van een verweer of de termijn voor de uitspraak, worden verlengd met de vakantieperiodes van de desbetreffende school, centrale dienst of samenwerkingsverband (zie het reglement van de Commissie).

Het medezeggenschapsorgaan kan binnen 6 weken tegenover het bevoegd gezag de nietigheid van een besluit inroepen, als het bevoegd gezag een besluit neemt of uitvoering geeft aan een besluit zonder de vereiste instemming van het medezeggenschapsorgaan of zonder toestemming van de Commissie.

Als het geschil gaat over een besluit, dan moet dat besluit worden ingediend. Verder moeten alle stukken worden ingediend die op het geschil betrekking hebben en die volgens de indiener belangrijk zijn en diens standpunt onderbouwen. Dit zijn bijvoorbeeld gespreksverslagen, notulen van een vergadering of correspondentie tussen partijen. Ook moeten het medezeggenschapsreglement en het medezeggenschapsstatuut worden ingediend.

Vond u deze informatie nuttig?

Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en de Privacyverklaring en de Servicevoorwaarden van Google zijn van toepassing.