In de volle aula van het Leidse Academiegebouw sprak prof. dr. mr. Brechtje Paijmans op vrijdag 12 december haar oratie uit, getiteld: ‘Balanceren op de drempel: toegang tot het onderwijsrecht’. Zij aanvaardde daarmee haar benoeming tot bijzonder hoogleraar op de leerstoel ‘Conflictoplossing en rechtsbescherming in het onderwijs’, die door Stichting Onderwijsgeschillen in het leven is geroepen en door haar in stand wordt gehouden. De hieraan verbonden leeropdracht is het onderzoeken welke werkwijzen in geschilbehandeling bijdragen aan kwalitatieve en duurzame oplossingen van conflicten in het onderwijs en hoe de toegankelijkheid van de rechtsbescherming in het onderwijs verbeterd kan worden. 

Brechtje Paijmans zette de vijf knelpunten uiteen die zij als belemmering ziet voor een adequate rechtsbescherming voor leerling en student en presenteerde ook drie oplossingsrichtingen om te komen tot betere rechtsbescherming. “Naar mijn mening leidt betere rechtsbescherming niet per se tot (meer) juridisering of procedures, maar eerder tot het voorkomen van onnodige conflicten en rechtsgangen,” zegt Paijmans.

Knelpunten

Het eerste knelpunt ligt volgens haar bij het duale onderwijsstelsel en het gevolg daarvan voor de rechtsbescherming, met name in het funderend onderwijs. Leerlingen in het openbaar onderwijs kunnen bij de bestuursrechter terecht (lage drempel, sterke bescherming), maar leerlingen in het bijzonder onderwijs moeten naar de civiele rechter (hogere kosten, advocaatplicht, zwakkere procespositie). Als tweede knelpunt noemde zij het gegeven dat de individuele rechten van leerlingen zijn neergelegd in publiekrechtelijke onderwijswetgeving en als plichten voor onderwijsinstellingen. Als er wordt geprocedeerd bij de bestuursrechter is dat geen probleem, maar bij de civiele rechter pakt dat niet altijd goed uit. Het derde knelpunt ziet zij in de versnippering in rechtsbescherming in het onderwijs, iets dat in de literatuur al vaker is geduid. Het vierde knelpunt betreft de complexiteit hiervan; het kan juridisch heel ingewikkeld zijn om te bepalen welke rechtsgang moet worden gevolgd, bij welke instantie men terechtkan en welke wet- en regelgeving van toepassing is. En ten slotte signaleert zij als vijfde knelpunt de pluriformiteit in onderwijsinstellingen en samenwerkingsvormen in het onderwijs; daardoor wordt de rechtsbescherming nog ontoegankelijker.

Onderzoek naar oplossingsrichtingen

Paijmans sloot haar oratie af met drie oplossingsrichtingen, die nader moeten worden onderzocht en waarmee zij een bijdrage wil leveren aan de toegankelijkheid van de rechtsbescherming.

  • Uniformering: het opheffen van de verschillen in rechtsbescherming, tussen openbaar en bijzonder onderwijs, tussen de verschillende onderwijssectoren en zo mogelijk tussen het bekostigde en het niet-bekostigde onderwijs;
  • Vereenvoudiging: het terugbrengen van het aantal procedures en het aantal geschil beslechtende instanties
  • Versteviging van rechten: het opnemen van de rechten en plichten van leerling en student, in het Burgerlijk Wetboek of in een aparte onderwijswet.

“Het begint met het verduidelijken van alles”, legt Paijmans uit, “omdat het mijn overtuiging is dat er, naarmate rechten en rechtsbescherming duidelijker is, minder ruis ontstaat en dat er ook minder geschillen zijn.” Paijmans wil “het op dit moment ondoorzichtige systeem” verhelderen en benoemt als volgende stap: “Het onderzoeken hóe die rechtsbescherming vereenvoudigd kan worden. De oplossingsrichtingen zijn daarvoor de basis.” 

Begin 2026 start Paijmans daarnaast met de kenniskring Rechtsbescherming en conflictoplossing in het onderwijs. “Daar wil ik alle onderwijssectoren in verenigen om te kijken in hoeverre we elkaar verder kunnen helpen. De primaire insteek is om een informele verbinding en wisselwerking te creëren tussen de rechtspraktijk, de onderwijspraktijk en de wetenschap en daarmee van elkaar te kunnen leren, ideeën te kunnen uitwisselen en het onderwijsrecht verder te brengen.” 

Balans en eenvoud

Paijmans betitelde haar oratie met ‘Balanceren op de drempel: toegang tot het onderwijsrecht’. “Daarmee doel ik op de balans die we moeten zoeken bij het vinden van voldoende rechtsbescherming en het uiteindelijk toegankelijker maken van die rechtsbescherming voor ouders en scholen. Dat betekent natuurlijk niet dat de rechtsbescherming zodanig laagdrempelig zou moeten zijn dat je overal maar een geschil over zou moeten starten, maar op dit moment valt de balans uit in het nadeel van de toegankelijkheid. Er zijn te veel knelpunten. Die moeten worden opgeheven.” 

Vanuit de onafhankelijke wetenschap levert Paijmans een waardevolle bijdrage aan conflictoplossing en rechtsbescherming in het onderwijs en daarmee ook aan de kwaliteit van het werk van Onderwijsgeschillen. Samen met Paul Zoontjens vormt zij het programmabestuur van het Expertisecentrum, dat ook als doel heeft onderzoek op dit terrein te faciliteren. Dat is volop in ontwikkeling, geeft Paijmans aan: “We hebben de afgelopen jaren verschillende onderzoeken laten doen, onder meer naar het functioneren van de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC) en de Geschillencommissie passend onderwijs (GPO) en er volgt aankomend jaar in elk geval een onderzoek naar de rechtsbescherming in het mbo.” 

Hoe wil Paijmans dat de rechtsbescherming er in de toekomst uit komt te zien? “Eenvoudiger; dat is volgens mij het kernwoord!”

De foto bij dit artikel is van Jos Kuklewski

Vond u deze informatie nuttig?

Deze site wordt beschermd door reCAPTCHA en de Privacyverklaring en de Servicevoorwaarden van Google zijn van toepassing.

Bezoekadres

Gebouw Woudstede
Zwarte Woud 2
3524 SJ Utrecht
Route

Volg ons
Contact
Inschrijven nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen