Nieuws
Publicatie onderzoek ‘Klachtenbehandeling door de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs: nu en in de toekomst’

Vandaag is het onderzoek ‘Klachtenbehandeling door de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs: nu en in de toekomst’ gepresenteerd tijdens een online bijeenkomst. Het onderzoek is verricht door mr. dr. A.H.A. Mohammad en mr. dr. J.S. Buiting, rechtswetenschappers en praktijkjuristen in het onderwijsrecht, in opdracht van het Expertisecentrum van Onderwijsgeschillen. Tijdens de bijeenkomst presenteerden de onderzoekers hun onderzoek, waarna ruimte was voor discussie.
Het onderzoek is digitaal beschikbaar en kunt u onderaan deze pagina downloaden.
Voor Stichting Onderwijsgeschillen zijn de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek zeer waardevol. Het onderzoek maakt duidelijk dat het in de eerste plaats gaat om de kwaliteit en effectiviteit van de klachtbehandeling voor de klagende ouder, medewerker of leerling. De toegankelijkheid van de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC) is daarbij een wezenlijk bestanddeel, naast de vereisten van een rechtvaardige procedure. Ook betrekken de onderzoekers het lerend effect voor het gehele onderwijs bij het behandelen van klachten en de publicatie van oordelen, een aspect waarmee de LKC al vanaf 1998 impact maakt en dat zeker behouden moet blijven.
Aanleiding voor het onderzoek
De LKC speelt al 25 jaar een belangrijke rol bij het laagdrempelig afdoen van klachten in het onderwijs. Met de aanstaande Wet vrij en veilig onderwijs, die scholen verplicht zich aan te sluiten bij een landelijke klachtencommissie, is dit een logisch moment om de werkwijze van de LKC nader te onderzoeken. Dit onderzoek richt zich dan ook op de rol en werkwijze van de LKC in het licht van veranderende maatschappelijke opvattingen en nieuwe wetgeving.
Wat is onderzocht?
De centrale onderzoeksvraag is:
‘Maken de aard en omvang van de klachtbehandeling door de LKC, en de huidige en toekomstige wettelijke en maatschappelijke opvattingen (in het onderwijs) over goede klachtbehandeling, het wenselijk haar werkterrein, toetsingscriteria en wijze van toetsing te verhelderen? Zo ja, hoe ziet een en ander er dan uit?’
De onderzoekers hebben eerst onderzocht wat een klacht is en aan welke uitgangspunten een klachtenprocedure zou moeten voldoen. Vervolgens hebben zij het werkterrein van de LKC geanalyseerd aan de hand van de adviezen van de LKC die zijn afgegeven van 2021 tot en met mei 2024. Ten slotte hebben zij de geformuleerde uitgangspunten voor een goede klachtenprocedure toegepast op de LKC en het conceptwetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs.
Uitkomsten van het onderzoek
De onderzoekers zijn positief over de huidige praktijk van de LKC. Zij menen wel dat de toepassing van de toetsingsmaatstaven informatiever en consistenter kan zijn. Zij doen verder aanbevelingen over de informatievoorziening over, de toegankelijkheid van en behandeling tijdens de klachtenprocedure. Onder de nieuwe wet zal de LKC waarschijnlijk een grotere groep scholen gaan bedienen. Maar als het daarbij de bedoeling is aan de oordelen van klachtencommissies een meer bindend karakter te verbinden kunnen daar, zo tonen de onderzoekers overtuigend aan, wezenlijke bezwaren tegenover gesteld worden.
Aanbevelingen voor de LKC
Op basis van dit onderzoek worden de volgende aanbevelingen gedaan aan de LKC:
- Maak het klagen laagdrempeliger door ook mondeling klagen mogelijk te maken zonder voorwaarden.
- Pas toetsingsmaatstaven consequenter toe in vergelijkbare zaken om de duidelijkheid en voorspelbaarheid van de klachtenbehandeling te vergroten.
- Maak duidelijker waar een toetsingsmaatstaf op gebaseerd is om de transparantie en kenbaarheid van adviezen te vergroten.
- Zet in op een constructieve en oplossingsgerichte klachtenprocedure door partijen te stimuleren om mee te werken aan een open onderzoek naar de klacht.
Aanbevelingen voor de wetgever
Aan de wetgever worden de volgende aanbevelingen gedaan:
- Regel dat ook aspirant en voormalig leerlingen kunnen klagen door het wettelijke klachtrecht te verbreden.
- Voorzie in een overkoepelende norm waaraan landelijke klachtencommissies de klachten kunnen toetsen, bijvoorbeeld behoorlijk handelen. Deze overkoepelende norm kan door landelijke klachtencommissies nader uitgewerkt worden in de praktijk.
- Verduidelijk het klachtrecht van personeelsleden, met name wat betreft het onderscheid tussen enerzijds hoofdzakelijk zuiver rechtspositionele klachten en anderzijds klachten die hoofdzakelijk gaan over ongewenst gedrag binnen de school.
- Schrap de verplichte opvolging van het advies van een landelijke klachtencommissie en de melding aan de Inspectie van het Onderwijs bij niet-opvolging van het advies. Hiermee wordt de toegankelijkheid en oplossingsgerichtheid van het klachtrecht behouden.
Download
Gerelateerd
Vond u deze informatie nuttig?
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen