Reglement Commissie melden van een misstand VO 

Reglement als bedoeld in artikel 8 Instellingsregeling Commissie melden van een misstand VO  
 
Artikel 1: Begripsbepalingen
Dit reglement verstaat onder:
  1. Commissie: de Commissie melden van een misstand VO, zoals ingesteld bij de Instellingsregeling Commissie melden van een misstand, die is vastgesteld door de Stichting Onderwijsgeschillen en de VO-raad op 8 september 20 (onderdeel 3 van de Voorbeeld klokkenluidersregeling VO).
  2. Voorzitter: de voorzitter van de Commissie;
  3. Betrokkene: degene die als leerling staat ingeschreven bij één van de scholen van het bevoegd gezag dan wel diens wettelijke vertegenwoordiger, die een vermoeden van een misstand bij de Commissie heeft gemeld;
  4. Bevoegd gezag: het (college van) bestuur van de VO-school waarop de melding van een vermoeden van een misstand betrekking heeft; 
  5. Toezichthouder: de persoon/personen die belast is/zijn dan wel het orgaan dat belast is met het interne toezicht op het (college van) bestuur;
  6. Klokkenluidersregeling: de klokkenluidersregeling die door het bevoegd gezag is vastgesteld en waarin de artikelen 4 t/m 10 uit de Voorbeeld Klokkenluidersregeling VO zoals vastgesteld door de VO-raad zijn overgenomen.
  7. Stichting: de stichting Onderwijsgeschillen te Utrecht
 
Artikel 2: Behandeling van een melding door de Commissie
  1. Betrokkene kan bij de Commissie een externe melding doen van een vermoeden van een misstand door middel van een gemotiveerd schriftelijk verzoek tot onderzoek en advisering, aan de Commissie.
  2. Het gedateerde en ondertekende verzoek van betrokkene vermeldt:
    a. naam en adres van betrokkene en van het bevoegd gezag;
    b. een omschrijving van de vermoede misstand;
    c. de gronden waarop het vermoeden van een misstand berust;
    d. indien intern melding is gedaan: het eventuele besluit of standpunt van het bevoegd gezag of toezichthouder ten aanzien van de interne melding van het vermoeden van een misstand; 
    e. indien direct melding bij de Commissie is gedaan: de reden waarom geen interne melding is gedaan; 
    f. de beschikbare documenten die op het vermoeden van een misstand betrekking hebben; 
    g. alle overige relevante documenten.
  3. Indien het verzoek niet voldoet aan het bepaalde in het tweede lid, stelt de voorzitter de betrokkene in de gelegenheid het verzuim binnen een door de voorzitter bepaalde termijn te herstellen. Tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken, wordt de termijn waarbinnen de Commissie over de melding een adviesrapport uitbrengt, opgeschort.
  4. De Commissie neemt het verzoek tot onderzoek en advisering niet in behandeling, indien zij op grond van de Klokkenluidersregeling niet bevoegd is dan wel de melding niet-ontvankelijk is.
 
Artikel 3:  Samenstelling Commissie

Voor de behandeling van een verzoek tot onderzoek en advisering bestaat de Commissie uit de voorzitter en ten minste twee leden. Het horen kan door de voorzitter en één lid plaatsvinden.

 
Artikel 4: Het horen van partijen
  1. De Commissie kan besluiten de betrokkene, het bevoegd gezag c.q. de toezichthouder en/of andere partijen die over de vermoede misstand informatie kunnen verschaffen te horen. Zij ontvangen daartoe een schriftelijke uitnodiging die de dag, het tijdstip en de plaats van het horen bevat.
  2. Indien partijen gescheiden worden gehoord, ontvangen de betrokkene en het bevoegd gezag c.q. de toezichthouder schriftelijk verslag van hetgeen tijdens het horen naar voren is gebracht.
  3. De Commissie kan op verzoek van de betrokkene of het bevoegd gezag c.q. de toezichthouder dan wel ambtshalve getuigen en deskundigen oproepen. Indien zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, worden de betrokkene en het bevoegd gezag c.q. de toezichthouder daarvan voorafgaand aan het horen op de hoogte gebracht.
  4. De betrokkene en het bevoegd gezag c.q. de toezichthouder kunnen zich door een gemachtigde laten bijstaan of vertegenwoordigen. Ten behoeve van een zorgvuldig onderzoek is uitgangspunt dat de betrokkene persoonlijk wordt gehoord, al dan niet bijgestaan door een gemachtigde. Ingeval van vertegenwoordiging dient de gemachtigde, tenzij deze advocaat is, op verzoek van de voorzitter een schriftelijke machtiging te overleggen.
  5. Het horen vindt plaats achter gesloten deuren.
  6. De voorzitter bepaalt de procedure tijdens het horen. De betrokkene, het bevoegd gezag c.q. de toezichthouder en evt. andere partijen worden in de gelegenheid gesteld hun visie nader toe te lichten.
  7. Indien dat voor het onderzoek nodig mocht zijn, kan de Commissie besluiten partijen opnieuw te horen.
 
​Artikel 5: Het inwinnen van inlichtingen buiten het horen

De Commissie is bevoegd deskundigen en informanten te raadplegen, zowel voor als na het horen van partijen. Indien zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, doet zij daarvan verslag in het adviesrapport 

 
Artikel 6: Geheimhouding van stukken

Op verzoek van de betrokkene dan wel het bevoegd gezag c.q. de toezichthouder of ambtshalve kan de Commissie bepalen dat een ingediend stuk niet ter kennis van het bevoegd gezag en/of de betrokkene zal worden gebracht. Aan deze bepaling wordt uitsluitend toepassing gegeven indien geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag c.q. de toezichthouder en de betrokkene mededeling gedaan.

 
Artikel 7: Wraking en verschoning
  1. Een lid van de Commissie, waaronder ook wordt verstaan de voorzitter, kan door de betrokkene dan wel het bevoegd gezag c.q. de toezichthouder worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid van het commissielid schade zou kunnen lijden. Ook kan op grond van zodanige feiten of omstandigheden een lid van de Commissie zich verschonen.
  2. Het wrakingsverzoek wordt schriftelijk ingediend zodra de feiten of omstandigheden aan de partij die om wraking verzoekt, bekend zijn geworden. Tijdens het horen kan het verzoek ook mondeling geschieden.
  3. Een lid, wiens wraking is verzocht, kan in de wraking berusten.
  4. Ingeval van een verzoek tot wraking wordt de behandeling van de zaak door de Commissie geschorst onder mededeling aan betrokkene en het bevoegd gezag c.q. de toezichthouder dat het wrakingsverzoek zo spoedig mogelijk zal worden behandeld door de wrakingskamer van de Stichting Onderwijsgeschillen en dat het onderzoek van de Commissie in de hoofdzaak zal worden voortgezet na en met inachtneming van de beslissing van de wrakingskamer.
  5. De wrakingskamer beslist zo spoedig mogelijk of het verzoek tot wraking wordt toegestaan.
  6. Op de behandeling van het wrakingsverzoek is het reglement van de wrakingskamer van toepassing.
 
Artikel 8: Beraadslaging en advies
  1. De Commissie beraadslaagt in besloten vergadering over het uit te brengen adviesrapport.
  2. Binnen acht weken na de melding brengt de Commissie een adviesrapport uit aan het bevoegd gezag dan wel aan de toezichthouder, indien het vermoeden van een misstand betrekking heeft op het bevoegd gezag. Een afschrift van het adviesrapport wordt gezonden aan de betrokkene. De termijn kan in bijzondere gevallen worden verlengd tot 16 weken.
  3. De Commissie kan in iedere stand van de procedure op basis van het tot dan toe verhandelde een tussenrapport uitbrengen.
  4. Het adviesrapport van de Commissie bevat: 
    a. haar oordeel of de melding gegrond is, namelijk of er sprake is van een redelijk vermoeden van een misstand; 
    b. aanbevelingen aan het bevoegd gezag dan wel de toezichthouder over te treffen maatregelen ten aanzien van een geconstateerde misstand.
  5. Voor zover nodig voor de bescherming van de betrokkene en/of anderen wordt het rapport in geanonimiseerde vorm en met inachtneming van het eventueel vertrouwelijke karakter van de aan de Commissie verstrekte informatie en de ter zake geldende wettelijke bepalingen verstrekt. 
  6. Een samenvatting van het advies wordt in geanonimiseerde vorm gepubliceerd op de website van de Stichting.
 
Artikel 9: Termijnen schoolvakanties
  1. Voor de berekening van de in dit reglement vermelde termijnen, tellen de schoolvakantiedagen van de desbetreffende school of scholen van het bevoegd gezag niet mee.    
  2. Ingeval van gewichtige redenen kan de voorzitter de in dit reglement gestelde termijnen verlengen. Het bevoegd gezag c.q. toezichthouder en betrokkene worden daarvan op de hoogte gesteld.

 

Artikel 10: Onvoorziene situatie
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de voorzitter.

 

​Artikel 11: Wijziging Reglement
De Commissie is bevoegd dit Reglement te wijzigen.

 

Artikel 12: Inwerkingtreding
Dit Reglement treedt in werking op 1 januari 2018

 
Aldus vastgesteld te Utrecht 22 december 2017