102522 Beroep tegen opzegtermijn BVE
Samenvatting
Werknemer heeft geen bezwaar tegen de ontslagbeslissing als zodanig maar meent dat de werkgever een onjuiste opzegtermijn heeft toegepast. De Commissie overweegt dat ingevolge het bepaalde in art. H-55 CAO-BVE gekeken dient te worden naar de leeftijd en de duur van het dienstverband op 1 januari 1999. Het gaat om een fixatie van de onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling voor de werknemer geldende opzegtermijn, waarbij niet van belang is of die langere termijn is gebaseerd op de CAO, de wet of de overeenkomst. De voor de werknemer geldende opzegtermijn op basis van de oude regeling bedroeg op 01-01-1999 15 weken (49 jaar en 11 jaar in dienst). Art. H-54 CAO-BVE geeft de werknemer recht op een opzegtermijn van 3 maanden. Dientengevolge geldt voor de werknemer de langere opzegtermijn van 15 weken waarbij conform art. H-53 CAO-BVE dient te worden opgezegd tegen de eerste van de maand. Ingangsdatum van ontslag is geconverteerd.
Beroep ongegrond.
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen