102589 Beroep tegen ontslagbeslissing BVE
Samenvatting
Werkgever heeft de werknemer medegedeeld dat tijdelijk dienstverband eindigt en stelt dat er sprake is van het rechtswege aflopen tijdelijk dienstverband wegens eerste indiensttreding, waartegen geen beroep open staat. Werknemer stelt recht te hebben op een vast dienstverband nu de grond voor de tijdelijkheid niet juist is. Gezien de bewoordingen van artikel H-12 aanhef en onder a CAO-BVE, het gegeven dat de werknemer reeds op 01-09-2002 bij de werkgever in tijdelijke dienst was getreden op grond van eerste indiensttreding en de constatering dat de inhoud van de functie sedertdien niet is gewijzigd, oordeelt de Commissie dat de werkgever op 01-08-2003 het dienstverband met de werknemer niet kon verlengen op grond van artikel H-12 onder a CAO-BVE. Voor de stelling van de werkgever, dat onder eerste indiensttreding ook verstaan dient te worden de eerste drie jaren dat de wet een tijdelijk dienstverband toelaat, is geen grond in de wet noch in de CAO-BVE te vinden. De Commissie oordeelt voorts dat, wat er ook zij van de vraag of tussen partijen overeenstemming is bereikt over het bepaalde tijd karakter van de tweede arbeidsovereenkomst, de CAO-BVE in de weg staat aan een dergelijke expliciete afspraak tussen partijen. Werknemer is in vaste dienst en beslissing is ontslagbeslissing die niet gedragen wordt door daaraan ten grondslag gelegde reden.
Beroep gegrond.
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen