102630 Beroep tegen opzegging verlengd tijdelijk dienstverband VO
Samenvatting
Over de aard van de benoeming bestaat tussen partijen verschil van mening. Werknemer kreeg bij indiensttreding een tijdelijke benoeming wegens eerste dienstverband met uitzicht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (verlengde CAO-VO 1998), gevolgd door een tijdelijke arbeidsovereenkomst op dezelfde grond. De werkgever voert aan dat er sprake is van het van rechtswege aflopen van het tijdelijk dienstverband, waartegen geen beroep open staat. De Commissie oordeelt dat het gaat om een verlengd tijdelijk dienstverband bij wijze van proef met uitzicht op een dienstverband voor onbepaalde tijd. Op grond van art. 4a.1 lid 1 CAO-VO moet het verlengde tijdelijk dienstverband worden opgezegd. De opzegtermijn van 3 maanden is niet in acht genomen. Bovendien wordt de opzegging niet gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde reden, namelijk het van rechtswege aflopen van het verlengd dienstverband. Het dienstverband is niet rechtsgeldig opgezegd met ingang van 01-08-2004 en kan op grond van de CAO niet een tweede maal worden verlengd. Dus is de werknemer per 01-08-2004 in vaste dienst van de werkgever.
Beroep gegrond.
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen