102901 Beroep tegen ontslag BVE
Samenvatting
Werkgever heeft mondeling medegedeeld dat het tijdelijk dienstverband niet zal worden voortgezet. Voorts heeft de werkgever de werknemer schriftelijk ontslagen voor het geval er sprake zou zijn van een vast dienstverband. Vast staat dat de werknemer reguliere werkzaamheden verricht en dat hij na het eerste tijdelijk dienstverband twee maal verlengingen heeft gehad voor de duur van 1 jaar op grond van art. H-12 sub c CAO-BVE. Niet gesteld noch gebleken is dat sprake is van werkzaamheden die naar hun aard of omstandigheden van kennelijk tijdelijke aard zijn. De Commissie acht het standpunt van de werkgever, dat reguliere werkzaamheden ook kennelijk tijdelijk kunnen zijn doordat de benoeming is begrensd in tijd, niet juist. Nu de grond voor tijdelijkheid van de tweede (en van de derde) arbeidsovereenkomst niet juist is, dient het er voor gehouden te worden dat de werknemer met ingang van 01-09-2003 in vaste dienst van de werkgever is. Dientengevolge komt de bestreden mondelinge beslissing om het dienstverband niet voort te zetten neer op een ontslagbeslissing waartegen beroep mogelijk is zodat het beroep ontvankelijk en gegrond is. De schriftelijke ontslagbeslissing is gebaseerd op artikel H-57 sub c CAO-BVE, met als reden dat de werkzaamheden per 01-09-2005 overbodig zullen worden. Dit is niet aannemelijk geworden en de werkgever onderbouwt zijn standpunt niet nader.
Beroep gegrond.
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen