102936 Beroep tegen ontslag HBO
Samenvatting
Werkneemster is sinds 1998 werkzaam als docente zang. Partijen hebben jaarlijks een tijdelijke arbeidsovereenkomst getekend. Werkneemster stelt in vaste dienst te zijn. Ten tijde van het aangaan van het dienstverband was de CAO-HBO 1997-1998 van toepassing. De akte van benoeming vermeldde dat de tijdelijke arbeidsovereenkomst was aangegaan op grond van artikel D-4 CAO-HBO. Op grond van genoemd artikel was indiensttreding voor bepaalde tijd alleen mogelijk voor werkzaamheden van specifieke aard. De Commissie oordeelt dat de werkzaamheden van werkneemster reguliere werkzaamheden van het Conservatorium zijn. Het gaat namelijk om wekelijkse individuele zanglessen aan dezelfde groep studenten, gedurende een studiejaar. Die werkzaamheden worden thans gecontinueerd. Het gegeven dat het gaat om een kleine studierichting met minder dan 20 studenten, doet aan het reguliere karakter niet af. Specialistische vakkennis en beperkte inzetbaarheid uiten zich in de beperkte betrekkingsomvang maar maken de werkzaamheden nog niet specifiek als bedoeld in artikel D-4 CAO-HBO 1997-1998. Niet is gebleken dat werkneemster bewust in strijd met de CAO een tijdelijke arbeidsovereenkomst heeft willen aangaan. De CAO-HBO had een standaardkarakter en was met ingang van 24-11-1997 algemeen verbindend verklaard. Werkneemster is in vaste dienst en er is geen sprake van verjaring. Er is geen geldige grond om werkneemster te ontslaan uit haar vaste dienstverband. Beroep gegrond.
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen