102998 Beroep tegen ontslag wegens ongeschiktheid BVE
Samenvatting
Werkneemster is secretaresse. Haar tijdelijk dienstverband is een half jaar na aanvang omgezet in een vast dienstverband op grond van een positieve beoordeling van het functioneren. Vier maanden later is werkneemster ontslagen wegens ongeschiktheid. De Commissie oordeelt het functioneren inderdaad als onvoldoende. De werkgever heeft het functioneren niet goed ingeschat voordat werkneemster in vaste dienst werd benoemd. Het risico dat werknemers, van wie het eerste tijdelijk dienstverband is omgezet in een vast dienstverband, achteraf - betrekkelijk kort na de vaste benoeming - toch niet goed blijken te functioneren, is naar het oordeel van de Commissie echter voor rekening van de werkgever. Het ligt op de weg van de werkgever om de beoordelingen zodanig in te richten dat deze een reëel beeld van het functioneren geven. Als achteraf blijkt dat een beoordeling met 'goed' niet op juiste gronden berust, dan dient de werkgever vanuit zijn verplichting van goed werkgeverschap de werknemer een nieuwe reële kans te geven. Op de werkgever rustte de verplichting om zich meer en over een langere periode dan thans het geval is geweest, in te spannen om het functioneren te verbeteren. Er zijn immers na de vaste benoeming in een korte periode slechts 2 reële voortgangsgesprekken gevoerd. De Commissie merkt daarbij op dat ter zitting is gebleken dat ook een zekere mate van onverenigbaarheid van karakters van werkneemster en haar leidinggevende een rol heeft gespeeld bij het functioneren, zodat het in de rede lag om werkneemster elders in de organisatie een nieuwe kans te geven. Werkgever heeft zich onvoldoende ingespannen om werkneemster elders in de organisatie een nieuwe kans te bieden.
Beroep gegrond.
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen