103571/103572 Beroepen tegen schorsing HBO
Samenvatting
De werkgever heeft de 2 werknemers definitief ontheven van hun managementtaken.
De werkgever stelt dat de werknemers definitief, dus niet voor bepaalde duur, van hun managementtaken zijn ontheven. Wanneer een werkgever een werknemer van zijn werkzaamheden wil ontheffen dan wel hem met andere taken wil belasten, dient hij de in de CAO gestelde grenzen in acht te nemen, meer specifiek de artikelen P-1 en E-1 lid 4 van de CAO-HBO. Ingevolge artikel P-1 CAO-HBO kan de werkgever de werknemer schorsen, hetgeen inhoudt het tijdelijk ontheffen van de gehele of gedeeltelijke uitoefening van de functie van de werknemer. Artikel E-1 lid 4 CAO-HBO geeft aan, dat de werkgever voor een korte tijd doch ten hoogste voor een maand de aan de functie van de werknemer verbonden werkzaamheden kan wijzigen. Dit betekent dat een ontheffing van de werkzaamheden van de werknemer volgens de CAO-HBO, anders dan met instemming van de werknemer, niet anders dan tijdelijk plaats kan vinden.
Afwijking van de CAO-HBO, namelijk in casu het definitief ontheffen van de werknemers van de aan hun functie verbonden werkzaamheden, is niet toegestaan. Ontheft de werkgever, zoals hier, de werknemers toch 'definitief' dan is desalniettemin sprake van een schorsing. Elke definitieve schorsing immers omsluit mede de tijdelijke. Door in afwijking van de CAO-HBO de schorsing definitief te noemen in plaats van tijdelijk, kan de werkgever niet bewerkstelligen dat de werknemers hun rechten, die zij kan ontlenen aan een (tijdelijke) schorsing als bedoeld in de CAO, verliezen.
De werkgever heeft verzuimd de procedurevoorschriften van artikel P-2 CAO-HBO te volgen. Beroepen gegrond.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel