Beroep (2) tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging schorsing; BVE
Samenvatting
Gelet op de mogelijke onregelmatigheden in leerlingdossiers bestond er op zichzelf voldoende reden voor het instellen van een onderzoek. Indien de werkgever in dat kader besluit om over te gaan tot het schorsen van de werkneemster als ordemaatregel dient dat gemotiveerd te gebeuren. De Commissie ziet in casu niet in op welke wijze de aanwezigheid van werkneemster het onderzoek zou kunnen beïnvloeden. Evenmin heeft de werkgever gesteld dat de aanwezigheid van werkneemster zou leiden tot grote onrust bij leerlingen dan wel bij collega's noch zijn andere argumenten aangevoerd ten aanzien van het onderzoek op grond waarvan zij haar werkzaamheden niet meer zou mogen verrichten. De werkgever heeft derhalve onvoldoende kunnen aantonen dat de afwezigheid van de werkneemster op de instelling gedurende het onderzoek in het belang van de instelling was vereist. Bovendien is niet gebleken van een noodzaak voor een schorsing langer dan hooguit enkele dagen. Een onderzoek, uitgevoerd in samenhang met een schorsing, dient met hoogste spoed te worden behandeld. Beroep tegen de schorsing gegrond.
De verlenging van de schorsing is gebaseerd op grond van artikel H-40 sub c cao bve. Nagelaten is werkneemster voorafgaande aan deze verlenging te horen. De formaliteiten die gelden bij een schorsing dienen echter eveneens in acht genomen te worden bij een verlenging van een schorsing. Immers, bij het nemen van een beslissing als deze dient de werkgever alle omstandigheden van het geval in aanmerking te nemen. Beroep tegen de verlenging reeds om deze reden gegrond.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel