Beroep tegen beëindiging dienstverband; VO
Samenvatting
De werkgever stelt dat geen sprake is van ontslag maar van het van rechtswege eindigen van een verlengd tijdelijk dienstverband wegens onbevoegdheid. De werkgever heeft werkneemster als onbevoegde leerkracht in vaste dienst benoemd, althans hij heeft het vaste dienstverband waarin werkneemster was benoemd gecontinueerd en haar taken als groepsleerkracht opgedragen. Een dergelijke arbeidsovereenkomst is, anders dan de werkgever heeft aangevoerd, niet nietig. Als al juist is dat bij deze benoeming sprake is geweest van een vergissing aan de zijde van de werkgever, zoals de werkgever stelt, dan dient deze niet voor werkneemster kenbare vergissing (zij was immers al vast benoemd) voor risico van de werkgever te blijven. Achteraf kan daarop niet worden teruggekomen. De stellingen van de werkgever dat de arbeidsovereenkomst automatisch is omgezet in een tijdelijk dienstverband, vinden geen grondslag in de wet, de CAO VO of in de rechtspraak. Aangezien de bestreden beslissing aldus neerkomt op een ontslagbeslissing is geen sprake van een van rechtswege eindigen als bedoeld in artikel 8.a.3 lid 4 CAO VO. Aangezien een ontslag uit een vast dienstverband niet gebaseerd kan worden op het eindigen van rechtswege van een tijdelijk dienstverband, is door de werkgever in de opzegbrief geen juiste opzeggrond aangevoerd. Beroep gegrond.
Trefwoorden
beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband