Beroep tegen beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband; VO
Samenvatting
De werknemer heeft bij de werkgever vier tijdelijke dienstverbanden gehad. Tussen het tweede en derde dienstverband zat een onderbreking van precies drie maanden. Artikel 8.a.2 lid 6 CAO VO bepaalt dat de totale duur van elkaar opvolgende dienstverbanden ten hoogste 3 jaar bedraagt. Twee dienstverbanden met een onderbreking van 3 maanden of minder, worden beschouwd als opeenvolgend. Er was een onderbreking van exact 3 maanden. Dus gelden het tweede en derde dienstverband als elkaar opvolgend. Voorts bedraagt de totale looptijd van de dienstverbanden langer dan drie jaar. Dus was er ten tijde van de opzegging sprake van een dienstverband voor onbepaalde tijd. Aangezien de opzegging van een dienstverband voor onbepaalde tijd niet als grond kan hebben de opzegging van een (verlengd) tijdelijk dienstverband, is door de werkgever geen juiste opzeggrond aangevoerd. Het beroep is reeds om deze reden gegrond. Voor zover de opzegging (ook) zou moeten worden gezien als opzegging van een dienstverband voor onbepaalde tijd, geldt dat deze opzegging niet aan de daartoe door de CAO VO gestelde voorwaarden voldoet. Beroep gegrond.
Trefwoorden
beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband