Beroep tegen berisping; BVE

Publicatiedatum:

Commissie: Voormalige Commissie van Beroep PO, VO, BVE en HBO (tot 1 jan. 2017)

Zaaknummer: 104684

Download uitspraak (155,2 KB)

Open met leeshulp

Samenvatting

In tegenstelling tot wat de werkgever aanvoert, is het beroep tijdig ingediend en heeft de werknemer belang bij een uitspraak van de Commissie. De werkgever heeft aan de disciplinaire maatregel ten grondslag gelegd dat de werknemer ongeoorloofd afwezig is geweest in de periode 19 tot en met 27 januari 2010. Na een korte periode van arbeidsongeschiktheid heeft de werkgever de werknemer meegedeeld dat er eerst een gesprek zou moeten worden gevoerd alvorens hij weer aan het werk mocht. Dat gesprek heeft plaatsgevonden zodat op dat moment voldaan was aan de door de werkgever gestelde voorwaarde voor werkhervatting. Niet gebleken is dat aan de werkhervatting nog andere voorwaarden waren verbonden. Als de werknemer meende dat er onduidelijkheid bestond over het tijdstip waarop hij zijn werkzaamheden diende te hervatten, had het op zijn weg gelegen om daarnaar te informeren. Door dat na te laten en eerst na daartoe uitdrukkelijk te zijn opgeroepen pas op 28 januari 2010 het werk te hervatten is hij zonder deugdelijke reden en derhalve ongeoorloofd afwezig geweest. Beroep ongegrond.

Trefwoorden

berisping als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim

Bezoekadres

Gebouw Woudstede
Zwarte Woud 2
3524 SJ Utrecht
Route

Volg ons
Contact
Inschrijven nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen

Trefwoorden

berisping als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim