Beroep tegen berisping en schorsing; HBO
Samenvatting
Onder verantwoordelijkheid van werknemer heeft zich een voorval voorgedaan tijdens een practicumles waarbij een studente gewond is geraakt. De werkgever heeft werknemer een berisping alsook een disciplinaire schorsing opgelegd. Gelet op de niet adequate handelwijze van werknemer ten tijde van en na het ongeluk in de practicumles alsmede de gebleken volharding waarmee werknemer de aanwijzingen en voorschriften van de werkgever omtrent het gebruik van kooksteentjes in de wind heeft geslagen, is het opleggen van een berisping evenredig aan het gepleegde plichtsverzuim. Hoewel de CAO HBO niet uitsluit dat een werkgever naar aanleiding van één situatie meerdere maatregelen kan nemen, dienen de maatregelen, als het gaat om twee disciplinaire maatregelen, evenredig te zijn aan de twee binnen die situatie te onderscheiden plichtsverzuimen en zal toereikend gemotiveerd dienen te worden waarom niet kan worden volstaan met één disciplinaire maatregel. Voor hetzelfde feit kunnen niet twee disciplinaire maatregelen worden opgelegd. Voor het disciplinair schorsen van werknemer voor een deel van zijn werkzaamheden en het niet toestaan van het verrichten van zijn practicumwerkzaamheden, naast het opleggen van een berisping, is geen grond. Een toereikende motivering van de werkgever ontbreekt. Beroep tegen berisping ongegrond; beroep tegen schorsing gegrond.
Trefwoorden
berisping als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim, schorsing werknemer als disciplinaire maatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
berisping als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim, schorsing werknemer als disciplinaire maatregel