Beroep tegen berisping gegrond. De incidenten die de werkgever ten grondslag heeft gelegd aan de disciplinaire maatregel zijn niet vast komen te staan.
Samenvatting
Situatie
In het schooljaar 2021-2022 hebben zich drie incidenten voorgedaan waarover appellant en de werkgever hebben gesproken. De werkgever heeft een schriftelijke berisping opgelegd. Aan de berisping heeft de werkgever vier nieuwe incidenten ten grondslag gelegd, die volgens de werkgever in samenhang moeten worden bezien met eerdere incidenten van grensoverschrijdend gedrag.
Uitspraak van de Commissie
Het beroep is gegrond.
Toelichting
Twee van de incidenten zijn pas in beroepsprocedure nader geconcretiseerd door twee schriftelijke klachten. Door deze twee incidenten dan pas te concretiseren, is het de werknemer ten tijde van het opleggen van de berisping onvoldoende duidelijk geweest dat deze incidenten daaraan ten grondslag zijn gelegd. De andere twee incidenten zijn niet voldoende geconcretiseerd dan wel onvoldoende vast komen te staan. De werkgever heeft daarom niet in redelijkheid tot het besluit tot het opleggen van de berisping kunnen komen.
Trefwoorden
berisping als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
berisping als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim