Beroep tegen berisping gegrond. De uitlatingen van de werknemer zijn niet zo ernstig dat ze te kwalificeren zijn als plichtsverzuim.
Samenvatting
Situatie
De werkgever heeft de werknemer in 2020 en 2021 aangesproken op zijn gedrag en zijn stijl van werken, die volgens de werkgever informeel is. Daardoor komt de werknemer in figuurlijke zin een stap te dichtbij. Daarbij deelt hij ongevraagd en ongewenst details uit zijn privéleven. Nadat in het voorjaar van 2022 twee medewerkers bij de werkgever melding maken van concrete voorvallen over mogelijk ongewenst gedrag door de werknemer, schakelt de werkgever een bedrijfsrecherchebureau in. Nadat het onderzoek is afgerond, besluit de werkgever de werknemer een schriftelijke berisping op te leggen.
Uitspraak van de Commissie
Het beroep is gegrond.
Toelichting
De werkgever heeft ter onderbouwing van de berisping vier voorvallen beschreven. Een van de voorvallen heeft de werkgever onvoldoende concreet gemaakt. Daardoor kon de werknemer zich daartegen onvoldoende adequaat verweren. Om die reden kon dit onderdeel niet aan de bestreden beslissing ten grondslag worden gelegd en is het buiten beschouwing gelaten.
De overige gedragingen zijn, hoewel als naar, vervelend en/of ongewenst ervaren door een of meer collega's, objectief gezien niet aan te merken als zodanig grensoverschrijdend gedrag, dat dat tot de conclusie moet leiden dat sprake is van plichtsverzuim. Omdat geen sprake is van plichtsverzuim, ontbreekt de grondslag om een disciplinaire maatregel op te leggen.
Trefwoorden
berisping als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
berisping als disciplinaire maatregel, plichtsverzuim