Beroep tegen beweerde opzegging tijdelijk dienstverband; HBO
Samenvatting
De werkgever heeft de werknemer meegedeeld dat zijn benoeming uiterlijk per 01-08-2004 eindigt. De werknemer heeft deze brief pas op 15-06-2004 ontvangen. Hij stelt dat de werkgever tevergeefs gepoogd heeft een opzegtermijn te hanteren. Door de te late opzegging is het dienstverband gecontinueerd en is een vast dienstverband ontstaan. Op grond van de CAO-HBO eindigt de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder opzegging door het verstrijken van de termijn of door beëindiging van de werkzaamheden waarvoor de overeenkomst is aangegaan. Dit houdt in dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen, welke een duur had van 01-08-2003 tot 01-08-2004, niet opgezegd diende te worden maar op 01-08-2004 van rechtswege eindigde. De in de arbeidsovereenkomst opgenomen zinsnede - "Partijen hanteren voor zover noodzakelijk een opzegtermijn op basis van artikel Q-2, lid 3 van de cao-hbo 2002-2003." - maakt dit niet anders. Immers, gesteld noch gebleken is dat de in het artikel genoemde noodzaak aanwezig was. Geen opzegging en dus geen voor beroep vatbare beslissing. Beroep is niet-ontvankelijk.
Trefwoorden
beëindiging tijdelijk dienstverband, niet-ontvankelijk
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
beëindiging tijdelijk dienstverband, niet-ontvankelijk