Beroep tegen drie schorsingen als ordemaatregel gegrond. De noodzakelijkheid van de schorsingen is niet aangetoond. Er waren minder ingrijpende middelen mogelijk om de gestelde onrust weg te nemen.
Samenvatting
Situatie
De werkgever heeft de werknemer geschorst nadat hij melding had gedaan over misstanden binnen de onderwijsinstelling. De schorsing is tweemaal verlengd. De werknemer was ten tijde van de schorsingen ziekgemeld. De werkgever heeft toegelicht dat de melding over misstanden op zichzelf geen reden was voor de schorsing, maar dat het betrekken van collega’s en studenten door de werknemer voor onrust heeft gezorgd.
Uitspraak van de Commissie
Het beroep tegen de schorsingen is gegrond.
Toelichting
De werkgever heeft onvoldoende onderbouwd waarom de werknemer voor onrust heeft gezorgd. Voor zover er wel onrust was, had de werkgever aan de werknemer een schriftelijk verzoek kunnen doen om geen collega’s meer te benaderen over zijn zorgen. Dat zou een passender middel zijn geweest om de vermeende onrust op de werkvloer weg te nemen. Daarbij geldt dat de werknemer vanwege zijn ziekmelding niet aanwezig was op de werkvloer. Bij de tweede schorsing heeft de werkgever daarnaast de werknemer niet in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze te geven op de schorsing, wat op grond van de cao wel vereist is. De derde schorsing is mede opgelegd, omdat de werkgever in alle rust onderzoek wilde doen naar de door de werknemer gemelde misstanden. De werkgever heeft echter onvoldoende onderbouwd waarom het onderzoek niet ongestoord en in alle rust zou kunnen plaatsvinden, zonder de werknemer te schorsen.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel