Beroep tegen een beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband.
Samenvatting
Appellante was bij het ROC werkzaam als docente, eerst via uitzendbureau, vervolgens op basis van arbeidsovereenkomst met de werkgever. Appellante stelt dat zij na 3 jaar recht heeft op een dienstverband voor onbepaalde tijd. De werkgever stelt dat de periode waarin appellante werkzaam was via het uitzendbureau niet meetelt voor de berekening van de maximumperiode van drie jaar als bedoeld in artikel H-14 CAO-BVE en dat het tijdelijk dienstverband zodoende van rechtswege is geëindigd. De Commissie acht zich bevoegd van het beroep kennis te nemen nu appellante stelt dat er sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd. Gelet op het bepaalde in art. 7:668a lid 2 BW telt de arbeidsovereenkomsten met het uitzendbureau mee voor de berekening van de maximumtermijn van 3 maanden. De perioden waarin appellante niet feitelijk werkzaam is geweest, worden ingevolge art. H-15 lid 2 CAO-BVE en in afwijking van het bepaalde in artikel 7:668a lid 1 BW, niet meegerekend. Aldus is de maximumtermijn van drie jaar niet overschreden zodat het dienstverband van rechtswege is geëindigd en er geen sprake is van een voor beroep vatbaar besluit.
Beroep niet-ontvankelijk.
Trefwoorden
beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband, niet-ontvankelijk
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband, niet-ontvankelijk