Beroep tegen een schorsing als ordemaatregel
Samenvatting
Werkgever schorst vanwege het voornemen tot onvrijwillige beëindiging wegens plichtsverzuim. Werknemer werkt op twee locaties en heeft zich ziek gemeld. Vervolgens werkt hij wel op een van de locaties. De werkgever en de werknemer verschillen van inzicht over het rooster van de werknemer en de werkgever meent dat de werknemer zijn ziekmelding als drukmiddel gebruikt. De Commissie overweegt dat het op grond van art. 3 BZA mogelijk is dat een werknemer voor een deel van zijn betrekking met ziekteverlof is. Indien werkgever en werknemer van inzicht verschillen over de omvang van het ziekteverlof, kan hierover slechts uitsluitsel worden verkregen door een uitspraak van de bedrijfsarts. De werkgever heeft nagelaten het punt van de gedeeltelijke ziekmelding bij de bedrijfsarts aan de orde te stellen. Derhalve moet worden aangenomen dat de werknemer gedeeltelijk arbeidsongeschikt was zodat er geen sprake is van plichtsverzuim. Na de gedeeltelijke ziekmelding heeft de werknemer zich ziek gemeld voor het geheel van zijn betrekking. Derhalve lag het op dat moment niet in de lijn der verwachting dat de werknemer binnen afzienbare termijn zijn werkzaamheden weer zou gaan verrichten. Hiermee ontbrak op dat moment de noodzaak tot schorsing. De werkgever had de volledige ziekmelding als adempauze kunnen gebruiken om het verschil van mening over de - omvang van de - ziekmelding middels een oordeel van de bedrijfsarts te beslechten.
Beroep gegrond.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel