Beroep tegen een schorsing als ordemaatregel en verlenging HBO
Samenvatting
N.a.v. klachten van studenten is besloten onderzoek in te stellen en de werknemer te schorsen als ordemaatregel. Een door de werkgever ingediend verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, is door de kantonrechter afgewezen. De Commissie acht de aard en de ernst van de klachten niet dermate ernstig dat een onmiddellijke schorsing gerechtvaardigd was. Dat de schorsing noodzakelijk was uit oogpunt van bescherming van de benodigde rust op het Instituut is niet gebleken. Evenmin is gebleken dat werknemer door zijn aanwezigheid op de instelling de waarheidsvinding zou belemmeren. Voorts heeft de werkgever niet aannemelijk weten te maken dat werknemer zijn werkzaamheden als docent gedurende het nadere onderzoek niet zou hebben kunnen verrichten. Werkgever heeft onvoldoende aangetoond dat de schorsing in het belang van de werkgever noodzakelijk was. Beroep tegen de schorsing is gegrond. Beroep tegen de verlenging van de schorsing is ook gegrond omdat de werkgever heeft verzuimd de werknemer in de gelegenheid te stellen zich tegen de voorgenomen verlenging te verweren (art. P-2 lid 2 en lid 3 CAO-HBO). Beroepen gegrond.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel