Beroep tegen einde tijdelijk dienstverband; VO
Samenvatting
Werkneemster meent dat zij blijkens een aanvraagformulier werkgeversbijdrage kinderopvang, is ontslagen uit een vast dienstverband.
De werkneemster is benoemd van29-03-2005 tot uiterlijk 01-08-2005 en vervolgens van 01-08-2005 tot uiterlijk 01-08-2006. De werkgever stelt dat dit is gebeurd ter vervanging. De werkneemster stelt dat zij in ieder geval vanaf 01-08-2005 in vaste dienst is benoemd.
De Commissie oordeelt dat er bij aanvang van het dienstverband tussen partijen overeenstemming bestond over de tijdelijke aard van het dienstverband over de periode van 29-03-2005 tot 01-08-2005. Het voert naar het oordeel van de Commissie te ver om louter op grond van de bij werkneemster levende verwachting te concluderen dat zij benoemd is in een vast dienstverband. Om tot deze conclusie te komen dient meer feitelijke grondslag aanwezig te zijn en/of sprake te zijn van duidelijk door de werkgever opgewekte verwachtingen, hetgeen op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting niet kan worden vastgesteld. De Commissie is van oordeel dat werkneemster per 01-08-2005 is benoemd in een voortgezet tijdelijk dienstverband ter vervanging van maximaal een jaar. Dat dienstverband liep op 31-07-2006 van rechtswege af. Beroep niet-ontvankelijk.
Trefwoorden
beëindiging tijdelijk dienstverband, niet-ontvankelijk
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
beëindiging tijdelijk dienstverband, niet-ontvankelijk