Beroep tegen mededeling beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband; HBO
Samenvatting
Werknemer voert aan dat er sprake is geweest van een doorlopend dienstverband waardoor er na 36 maanden een dienstverband voor onbepaalde tijd is ontstaan. De werkgever heeft daartegen aangevoerd dat er geen sprake is van opeenvolgende dienstverbanden omdat werknemer in de periode 1 maart 2006 tot 11 september 2006 niet werkzaam is geweest op basis van een arbeidsovereenkomst waardoor sprake is van een tussenperiode van meer dan 3 maanden waardoor de keten is onderbroken. Werknemer heeft gedurende deze periode wel werkzaamheden verricht maar dat was volgens de werkgever op basis van een overeenkomst van opdracht. De Commissie kwalificeert de werkzaamheden van de werknemer in de genoemde periode als een arbeidsovereenkomst omdat aan alle criteria voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst is voldaan: arbeid, gezagsverhouding en loon gedurende een zekere tijd. Dit betekent dat de periode tussen de dienstverbanden in minder dan 3 maanden bedraagt waardoor de dienstverbanden op grond van art. D-5 lid 3 CAO-HBO en art. 7:668a BW opvolgend zijn. Aldus is het tijdelijk dienstverband van werknemer op 17 november 2006 overgegaan in een vast dienstverband zodat de bestreden beslissing neerkomt op een ontslagbeslissing. Aangezien een ontslag uit een vast dienstverband niet gebaseerd kan worden op een beëindiging van rechtswege van een tijdelijk dienstverband is er geen juiste opzeggrond. Beroep gegrond.
Trefwoorden
beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
beëindiging verlengd tijdelijk dienstverband