Beroep tegen ontslag op staande voet; BVE
Samenvatting
Werknemer is conciërge en is op staande voet ontslagen wegens het wederrechtelijk wegnemen van geld toebehorend aan de werkgever. Uit camerabeelden blijkt dat de werknemer een bedrag van ⬠100 heeft weggenomen uit de kluis van de school. Werknemer erkent dat hij daartoe niet bevoegd was en dat hij daarvoor geen toestemming had gekregen. Werknemer stelt het bedrag in zijn eigen kast te hebben gelegd met het voornemen om daar de volgende dag een aantal schoolgerelateerde uitgaven mee te doen. Aangezien het geld niet is aangetroffen in de desbetreffende kast van de werknemer en de verklaring van de werknemer voorts op diverse punten strijdig is met een aantal door derden afgelegde verklaringen, acht de Commissie het standpunt van de werknemer, dat hij zich het geld niet wederrechtelijk heeft toegeëigend, niet aannemelijk. De Commissie oordeelt dat er sprake is van een dringende reden op grond waarvan redelijkerwijze niet van de werkgever gevergd kan worden het dienstverband langer te laten voortduren.
Beroep ongegrond.
Trefwoorden
ontslag wegens dringende reden
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
ontslag wegens dringende reden