Beroep tegen ontslag op staande voet; BVE
Samenvatting
De werknemer is op staande voet ontslagen, vanwege het op onjuiste c.q. oneigenlijke wijze opmaken van een praktijkexamen en het afleggen van een expliciet leugenachtige verklaring hierover tegen de werkgever. Vast staat dat de formele afronding van het praktijkexamen niet op de voorgeschreven wijze heeft plaatsgevonden, hetgeen de werknemer als verantwoordelijk docent is aan te rekenen. Van fraude is echter geen sprake. De door de werknemer afgelegde verklaringen zijn weliswaar niet altijd even eenduidig geweest, maar niet is vastgesteld dat de werknemer de werkgever op leugenachtige wijze heeft voorgelicht. Het geheel overziend is het handelen van de werknemer aan te merken als plichtsverzuim. Het gepleegde plichtsverzuim is echter, mede gelet op de lange duur van het dienstverband en de voor het overige onberispelijke staat van dienst van de werknemer, naar aard en omvang niet zodanig ernstig, dat dit een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. Beroep gegrond.
Trefwoorden
ontslag wegens dringende reden, plichtsverzuim
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
ontslag wegens dringende reden, plichtsverzuim