Beroep tegen ontslag op staande voet; VO
Samenvatting
Werknemer is in tijdelijke dienst. Werkgever verwijt werknemer dat hij zonder toestemming een brief aan ouders heeft verzonden met mededelingen over een intern arbeidsconflict. Zowel het verzenden van de brief als de inhoud van de brief worden door de werkgever aangemerkt als een dringende reden. De Commissie overweegt dat de inhoud en de toonzetting van voornoemde brief op zichzelf zodanig is dat er voldoende aanleiding was om tot een beëindiging van het dienstverband met werknemer te willen komen. Een ontslag op staande voet is onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze niet de juiste wijze van beëindiging. Van een noodzaak daartoe blijkt niet afdoende. Werknemer was ziek en niet te verwachten was dat zij voor het einde van het schooljaar nog werkzaamheden opgedragen zou krijgen. De Commissie acht het beroep voorts gegrond nu vaststaat dat de werkgever werknemer, na het ontslag op staande voet, nog op zes achtereenvolgende woensdagen heeft laten doorwerken op een andere vestiging van de instelling. Het verweten gedrag van werknemer kan, naar objectieve maatstaven, derhalve niet worden aangemerkt als zodanig dringend dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst met haar te laten voortduren tot einde tijdelijk dienstverband op 01-08-2008 dan wel tussentijds te beëindigen met inachtneming van de geldende opzegtermijn. Geen sprake van een voor de werkgever subjectief geldende dringende reden.
Beroep gegrond.
Trefwoorden
ontslag wegens dringende reden
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
ontslag wegens dringende reden