Beroep tegen ontslag wegens gewichtige reden HBO
Samenvatting
De werknemer voert primair aan dat niet duidelijk is welke opzeggrond aan de ontslagbeslissing ten grondslag is gelegd. De Commissie oordeelt dat voor de werknemer voldoende concreet is gemaakt wat voor de werkgever de reden vormt om tot beëindiging van het dienstverband over te gaan en dat de werknemer deze reden redelijkerwijze diende te begrijpen als een gewichtige reden voor ontslag. Gebleken is dat de werknemer sedert maart 2006 geen feitelijke invulling heeft gegeven aan haar functie van adjunct directeur die zij in een volledig dienstverband vervulde. Voorts staat vast dat zij destijds zelf om haar moverende redenen heeft aangegeven deze werkzaamheden te willen beëindigen. Weliswaar heeft de werknemer sedertdien enige tijd lessen gegeven en is zij thans voor gemiddeld één dagdeel per week werkzaam, doch deze werkzaamheden zijn niet van een zodanige omvang dan wel anderszins zodanig structureel te noemen, dat daarmee een concrete invulling aan haar functie wordt gegeven. De werkgever heeft voorts voldoende aannemelijk gemaakt dat er binnen de hogeschool geen reëel uitzicht voor de werknemer is op een functie in dezelfde schaal (14). Onder deze omstandigheden is sprake van een gewichtige reden als bedoeld in artikel Q-2 lid 1 sub 3 CAO-HBO op grond waarvan de werkgever de arbeidsovereenkomst met de werknemer heeft kunnen opzeggen. Beroep ongegrond.
Trefwoorden
ontslag wegens gewichtige redenen/omstandigheden
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
ontslag wegens gewichtige redenen/omstandigheden