Beroep tegen ontslag wegens opheffing deel instelling of betrekking; BVE
Samenvatting
Werkneemster is medewerkster kinderopvang. In verband met de inwerkingtreding van de Wet Kinderopvang per 01-01-2005, heeft de werkgever besloten de kinderopvang te beëindigen. Werkneemster voert als enige beroepsgrond aan dat de werkgever haar niet kan ontslaan omdat hij geen ontslagvergunning van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) bezit.
Ter uitvoering van de bepalingen van het BBA heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 17-06-1987 een Algemene Maatregel van Bestuur uitgevaardigd, gepubliceerd in de Staatscourant 1987, nummer 135, waarin in artikel 2 is bepaald: "Het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 (Staatsblad F 214) is niet van toepassing op de arbeidsverhouding van niet-onderwijzend personeel, dat belanghebbende is in de zin van artikel I-A1, onder e, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (Staatsblad 1985, 110), met dien verstande dat artikel 6 van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 slechts toepassing mist voor zover genoemde belanghebbenden overeenkomstig Hoofdstuk III-A van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel in beroep kunnen komen tegen beëindiging van het dienstverband".
Per 18-06-2003 is het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel vervangen door het Rechtspositiebesluit WPO/WEC. Artikel 295 van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC bepaalt: "Het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel wordt ingetrokken, met dien verstande dat het met de regelingen die op dat besluit berustten, van toepassing blijft voor het tijdvak waarvoor het gelding had, voor zover daarin geen wijziging zal worden aangebracht via het Rechtspositiebesluit WPO/WEC". Dit houdt in dat de hiervoor genoemde Algemene Maatregel van Bestuur nog steeds van toepassing is op instellingen in de BVE-sector, zoals die van de werkgever. Het BBA is derhalve niet van toepassing.
Beroep ongegrond.
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen