Beroep tegen overplaatsing gegrond. De werkgever heeft de belangenafweging onvoldoende inzichtelijk gemaakt.
Samenvatting
Situatie
De werkgever heeft een klas, waarin leerlingen zitten die extra aandacht en ondersteuning nodig hebben in het trainen van schoolse vaardigheden, omgang met klasgenoten en inzicht in eigen handelen. Werkneemster is docent van die klas. De werkgever heeft in mei 2024 aan de werkneemster meegedeeld dat die klas zou worden opgeheven. Vervolgens hebben diverse gesprekken plaatsgevonden tussen de werkgever en werknemer over de invulling van haar functie, maar zijn partijen er onderling niet uitgekomen. Daarom heeft de werkgever besloten om werkneemster over te plaatsen.
Uitspraak van de Commissie
Het beroep is gegrond.
Toelichting
Er is op zichzelf voldoende aanleiding voor de overplaatsing. De klas is opgeheven, dus moest er een andere invulling van de werkzaamheden worden gevonden. De werkgever heeft daarover diverse keren met de werkneemster overlegd. Het is begrijpelijk dat de werkgever, nadat partijen er onderling niet uitkwamen, voor gedwongen overplaatsing heeft gekozen. De werkgever heeft daarbij echter verzuimd om aan te geven op welke wijze hij de belangen van de werkgever en de werkneemster tegen elkaar heeft afgewogen. Bovendien blijkt uit het overplaatsingsbesluit niet welke functie en welke werkzaamheden werkneemster op de andere locatie zou moeten gaan verrichten.
Trefwoorden
overplaatsing (niet zijnde disciplinaire maatregel)
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
overplaatsing (niet zijnde disciplinaire maatregel)