Beroep tegen overplaatsing; PO
Samenvatting
De werknemer is overgeplaatst om drie redenen, namelijk een conflictsituatie, het advies van de bedrijfsarts en andere zwaarwichtige omstandigheden, zoals bedoeld in de onderdelen b, d en e van artikel 10.6 lid 2 CAO PO. Er is niet gebleken van een zodanige conflictsituatie dat overplaatsing van de werknemer noodzakelijk was en het advies van de bedrijfsarts was onvoldoende concreet. De door de werkgever aangevoerde zwaarwichtige omstandigheden betreffen een advies van de interim-directeur van de school. In dit advies staat in grote lijnen hetzelfde als in een eerdere brief van de toenmalige adviseur van de werknemer, namelijk dat de werknemer moeite heeft met de op de school doorgevoerde veranderingen en de als gevolg daarvan optredende verhoging van de werkdruk. Beide partijen hebben inspanningen verricht om de situatie te verbeteren. Deze inspanningen hebben niet geleid tot een terugkeer van de werknemer. Gelet op de aldus ontstane impasse heeft de werkgever in redelijkheid voldoende twijfel kunnen koesteren omtrent een succesvolle definitieve terugkeer. Onder die omstandigheden was het niet langer in het belang van in ieder geval de school om terugkeer van de werknemer na te streven en heeft de werkgever vervolgens in redelijkheid kunnen beslissen tot overplaatsing. Beroep ongegrond.
Trefwoorden
overplaatsing (niet zijnde disciplinaire maatregel)
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
overplaatsing (niet zijnde disciplinaire maatregel)