Beroep tegen schorsing als ordemaatregel.
Samenvatting
De werkgever voert aan dat de Commissie niet bevoegd is omdat de schorsing is opgelegd door de BV waarbij de werknemer reeds 7 jaar op detacheringsbasis werkzaam is. De Commissie oordeelt zich bevoegd omdat de schorsing is toe te rekenen aan de werkgever nu de werknemer in dienst is van de werkgever, er geen schriftelijke detacheringsovereenkomst is opgesteld en zodoende eventuele rechtspositionele maatregelen worden toegerekend aan de werkgever. Een andere redenering zou erop neerkomen dat de werknemer van een bij de Commissie aangesloten HBO-instelling, die op grond van de WHW verplicht bij een Commissie van Beroep is aangesloten, de rechtsgang naar de Commissie wordt onthouden. Dit acht de Commissie niet redelijk en in strijd met goed werkgeverschap. Daarbij speelt mede een rol dat de BV in werkelijkheid volledig is gelieerd aan de werkgever. Vervolgens constateert de Commissie dat de werkgever met betrekking tot de totstandkoming van de schorsing niet in overeenstemming heeft gehandeld met de in de CAO-HBO gestelde vormvereisten. Beroep gegrond.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel