Beroep tegen schorsing als ordemaatregel; BVE
Samenvatting
De werknemer is geschorst bij wijze van ordemaatregel vanwege ontstane onrust bij collega's, verband houdend met klachten over diens gedrag. Werknemer stelt dat sprake is van een disciplinaire schorsing waarbij de werkgever verzuimd heeft de formaliteiten in acht te nemen. De beslissing heeft geen disciplinair karakter; het betreft een schorsing als ordemaatregel ex artikel H-39 cao bve. Schorsing is volgens dit artikel mogelijk, indien dit, gelet op het belang van de instelling, dringend noodzakelijk is en voor ten hoogste vier weken. De na het incident ontstane onrust bij collega's is op zichzelf genomen voldoende reden voor een time-out. De duur van een schorsing als ordemaatregel dient evenwel in verhouding te staan tot de tijd die de werkgever nodig heeft voor de te ondernemen acties en deze dient ook gemotiveerd te worden. De werknemer is direct voor de maximaal toegestane duur van vier weken geschorst. Concrete aanwijzingen voor zodanige onrust bij collega's dat dit op voorhand een schorsingsduur van vier weken zou rechtvaardigen, zijn er niet. Ook heeft geen gesprek met de werknemer meer plaatsgevonden noch is een vervolgmaatregel genomen. De werkgever heeft de noodzaak van een schorsingsduur van vier weken onvoldoende aannemelijk gemaakt en heeft de feitelijke schorsing te lang laten voortduren. Beroep gegrond.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel