Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid; BVE
Samenvatting
De werknemer is ontslagen omdat hij de eigenschappen, mentaliteit en instelling zou ontberen die voor een goede uitoefening van zijn functie vereist zijn. Via diverse kanalen worden klachten over hem ontvangen, hij zou zich afzetten tegen collega's en niet meedoen aan een door de werkgever verlangd persoonlijk verandertraject. De werkgever heeft het disfunctioneren van de werknemer niet goed onderbouwd. Voorts is niet gebleken dat de werkgever zorgvuldig onderzoek met hoor en wederhoor heeft toegepast. Gezien het bijzonder lange dienstverband had de werkgever zich maximaal in dienen te spannen om de werknemer in een gewenst verandertraject te begeleiden. Daarvan is onvoldoende gebleken. Nadat de werkgever de werknemer mondeling in kennis had gesteld van het voornemen tot ontslag, heeft de werkgever via docenten wederom klachten van studenten over hem ontvangen. Op 22 juni 2009 werd opnieuw een klacht van een extern bedrijf ontvangen over het functioneren van de werknemer jegens studenten. Tegen deze achtergrond is het niet onredelijk dat de werkgever tot schorsing is overgegaan. Beroep tegen ontslag gegrond.
Beroep tegen schorsing ongegrond.
Trefwoorden
ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid, schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
ontslag wegens onbekwaamheid/ongeschiktheid, schorsing werknemer als ordemaatregel