Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en verlenging daarvan gegrond, omdat niet is gebleken dat werknemer verwijtbaar heeft gehandeld.
Samenvatting
Situatie
De werkgever heeft de werknemer geschorst, omdat de salarissen van februari 2023 niet tijdig zijn uitbetaald aan medewerkers van de onderwijsstichting. De werkgever vindt dat de werknemer als directeur bedrijfsvoering hier niet de vereiste verantwoordelijkheid voor heeft gedragen. De werkgever vindt ook dat de werknemer de bestuurder van de stichting onterecht in diskrediet heeft gebracht door te beweren dat de te late salarisuitbetaling kwam omdat de bestuurder te laat haar handtekening zou hebben gezet onder de betaalbatch.
Uitspraak van de Commissie
Het beroep is gegrond.
Toelichting
De werkgever en de werknemer hebben toen de salarisbetaling niet was uitbetaald op 24 februari 2023, beiden moeite gedaan om de oorzaak te achterhalen. De Rabobank heeft aan de werknemer laten weten dat de bestuurder pas op zaterdag 25 februari 2023 de salarisbetaling heeft geaccordeerd. De werknemer heeft hiervan ook een afschrift ontvangen van de Rabobank. De werknemer heeft de werkgever niet in diskrediet gebracht door te wijzen op de informatie die zij van de Rabobank had gekregen. Zij mocht op de informatie van de Rabobank vertrouwen. Verder bleek dat er door de afwezigheid van het hoofd administratie van de stichting taken moesten worden overgenomen door de werknemer. Als dat niet verloopt naar wens van de werkgever is een schorsing als ordemaatregel niet de juiste manier om vermeende functioneringsproblemen aan te pakken.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel