Beroep tegen schorsing als ordemaatregel gegrond. De werkgever heeft de schorsing te laat schriftelijk bevestigd en de schorsing was niet dringend noodzakelijk.
Samenvatting
Situatie
De werknemer is werkzaam als directeur. Haar kinderen maken gebruik van het onderwijs en de opvang van een andere school van de werkgever. Op enig moment besluit de werknemer het contract voor de opvang van haar kinderen op te zeggen. Doordat de werknemer daar niet vooraf over heeft gecommuniceerd met de werkgever, is volgens de werkgever een onherstelbare vertrouwensbreuk ontstaan. Daarnaast verwijt de werkgever de werknemer dat zij een kwestie met groep 8 niet goed heeft opgelost. De werkgever wil hier nader onderzoek naar verrichten.
Uitspraak van de Commissie
Het beroep is gegrond.
Toelichting
De werkgever heeft de schorsing niet binnen drie dagen na de zienswijze van de werknemer schriftelijk bevestigd. Daarmee heeft de werkgever de in de cao voorgeschreven procedure niet correct gevolgd en is het beroep om die reden gegrond.
Ook op inhoudelijke gronden kon de werkgever niet in redelijkheid tot de schorsing komen.
Na de opzegging van de opvang is de werknemer haar werkzaamheden blijven uitvoeren. De werkgever heeft onvoldoende toegelicht waarom het drie maanden later dringend noodzakelijk was om haar te schorsen.
De gebeurtenissen met groep 8 hebben zich de eerste drie maanden van het jaar afgespeeld. De Commissie ziet niet in waarom de schorsing maanden na dato dringend noodzakelijk zou zijn. Bovendien was de werkgever destijds lovend over de wijze waarop de werknemer de situatie had opgelost. Daar komt bij dat niet duidelijk is of de werkgever daadwerkelijk nader onderzoek heeft verricht en waarom in dat geval de afwezigheid van de werknemer noodzakelijk was.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel