Beroep tegen schorsing als ordemaatregel gegrond. Ondanks dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd heeft de (ex-)werknemer bijzondere omstandigheden aangevoerd waardoor zij belang heeft bij de behandeling het beroep.
Samenvatting
Situatie
De werknemer was werkzaam als onderwijsassistent op een school van de werkgever. De werkgever heeft de werknemer geschorst omdat zij zich moeizaam op haar functioneren liet aansturen, geen gehoor gaf aan diverse verzoeken of aanwijzingen van de werkgever en die situatie niet leek te verbeteren. Tegen dat besluit heeft de werknemer beroep ingesteld (zaaknummer 44985). De werkgever heeft op 7 juni 2023 besloten om de schorsing te verlengen totdat de arbeidsovereenkomst van rechtswege per 1 augustus 2023 eindigde. Daartegen is het beroep gericht.
Uitspraak van de Commissie
Het beroep is gegrond.
Toelichting
De werknemer bevindt zich als vluchteling in een bijzondere positie. Voor het verkrijgen van werk in het Nederlandse onderwijs is zij aangewezen op een specifieke bemiddelingsorganisatie. De (verlengde) schorsing kan bemiddeling door die organisatie naar een nieuwe baan binnen het onderwijs mogelijk bemoeilijken. Dit is door de werkgever niet weersproken. Onder deze omstandigheden is de Commissie van oordeel dat de ex-werknemer voldoende belang heeft bij een uitspraak van de Commissie. De werknemer is door de werkgever niet in de gelegenheid gesteld om haar zienswijze over het voornemen tot een besluit tot schorsing te geven. Doordat dit door de werkgever is nagelaten is de werknemer geschaad in het door de cao po beschermde belang zich in voldoende mate te kunnen verweren tegen het besluit. Vanwege dit procedurele gebrek is het beroep gegrond verklaard.
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel
Organisatie
Zaakbehandeling
Contact
Inschrijven nieuwsbrief
Blijf op de hoogte van de laatste uitspraken en adviezen van de commissies van Onderwijsgeschillen
Trefwoorden
schorsing werknemer als ordemaatregel